Mijn eigen koning worden XI.
Ik weet nog heel goed dat ik thuiskwam uit het ziekenhuis, na de
geboorte van ons eerste kind. Er was een tekort aan kraamhulpen en
daardoor kregen wij in een half uurtje een spoedcursus 'hoe kom ik de
eerste nacht door met mijn baby'. Wat voelden wij ons als kersverse
ouders enorm onzeker en verantwoordelijk voor dat kleine hummeltje. Op
mijn 30e nog steeds met studie en opleiding bezig, maar voor het
allerbelangrijkste in mijn leven had ik nooit les gehad. En mijn
'moedergen' was niet spontaan geactiveerd door de bevalling, voor zover
ik dat kon beoordelen.
Die eerste nacht zijn we natuurlijk wel door gekomen en inmiddels zijn
we bijna 13 jaar verder en nog 2 van die wonderen rijker. Maar dat is
natuurlijk niet vanzelf gegaan. En nog steeds houdt die vraag mij bezig:
hoe is het mogelijk dat we op school alle basale kennis leren, terwijl
we zoiets belangrijks als opvoeding maar zelf uit moeten vinden?! Ik
kan me zo voorstellen dat de opvoeding vroeger mee vorm gegeven werd
door de oma's, zussen en tantes, maar die tijd is voor veel van mijn
generatiegenoten voorbij. Gelukkig, zou ik eigenlijk willen zeggen, ook
denkend aan wat ik schreef in mijn blog over Vrijheid (blog VI); als de
familie zich er te veel mee bemoeit, krijgen de ouders niet de kans het
op hun eigen manier te doen. Dat is dus de prijs voor deze 'vrijheid',
dat je het dan dus zelf mag gaan uitzoeken.
In onze zoektocht naar het op de goede manier invulling geven aan ons
ouderschap, hebben mijn man en ik heel veel waardevolle bagage in onze
rugzak verzameld. Het meest bijzondere vond ik het moment dat ik me
besefte, dat ik me nooit zo zou hebben ontwikkeld, als ik geen kinderen
had. Weliswaar met de nodige weerstand van mijn kant, hebben mijn
kinderen toch bijgedragen aan mijn eigen ontwikkeling, door de spiegels
die ze me dagelijks voorhouden. Wie voedt eigenlijk wie op?! Dat pleit
misschien wel voor een extra module, voorafgaand aan die over opvoeding:
de module 'persoonlijke ontwikkeling'. Dan verloopt de module
'opvoeding' waarschijnlijk veel efficiënter.
Als ik me dan voorstel hoe al die modules er uit moeten komen te zien,
voorzie ik toch wat problemen; er zijn veel verschillende inzichten over
opvoeding. Hoe weet je als leek (lees: als pre-ouder) nu welke methode
je het meest aanspreekt? En zo'n module persoonlijke ontwikkeling: dat
voelt als een cursus beeldhouwen op papier...Mmmm. En als je het idee
hebt dat kinderen misschien wel hun eigen ouders uitkiezen, dan geeft
dat al weer een stuk meer rust; ze zullen je in elk geval niet
selecteren op je score voor de eventueel gevolgde cursus opvoeding. Toch
niet zo slecht dus, deze 'training on the job'?!
Opvoeden is niet iets wat je in 1 keer goed kan doen. Het gaat volgens
mij om het proces van de continue transformatie die kind en ouder bij
elkaar te weeg brengen. Een soort chemie van het opvoeden, zou je kunnen
zeggen. En volgens mij is het allerbelangrijkste de intentie waarmee je
als ouder de taak als opvoeder oppakt. Als het je lukt naar je kind te
kijken als een aan jouw toevertrouwd mensje, die je met liefde, warmte,
vertrouwen en in veiligheid mee mag helpen zijn of haar plekje te vinden
in de wereld, en die meteen ook jouw leermeester is, dan heb je de
goede ingrediënten in huis om dit proces op de juiste manier te
begeleiden. Met zo'n basis kun je heel veel kanten op!
Mijn eigen koning worden X.
Toen ik een kind was woonden wij in een klein dorp aan een meer. Met
Hemelvaart stonden we altijd heel vroeg op om te gaan dauwvaren met onze
zeilvereniging. Het was dan nog bijna donker en het was altijd erg koud
en meestal stond er nog geen wind, dus werden we vanzelf warm door het
peddelen. Zodra er een beetje wind kwam, werden de peddels opgeborgen en
dobberden we zachtjes naar een afgesproken plek. Dat was een houten
huisje, aan het oog onttrokken door een rietkraag, waar we aanlegden voor
thee met kaneelbeschuitjes. Weer terug bij de zeilvereniging
stond er dan een ontbijt klaar en veranderde de serene stille sfeer van
de vroege ochtend in een gezellig geroezemoes.
Sinds ik uit huis ben -alweer een kwart eeuw dit jaar- heb ik het
ritueel van dauwvaren of dauwtrappen nooit meer opgepakt. Waarom
eigenlijk niet, het was toch altijd een bijzondere belevenis? Nu ik er
zo bij stil sta, besef ik me dat deze dag bij mij altijd een beetje het
onderspit delft tussen Pasen en Pinksteren. Daarbij valt de dag altijd
op een donderdag (10 dagen voor Pinksteren), op een doordeweekse dag,
wat het wekelijkse ritme onderbreekt. Daardoor ervaar ik de dag als een
welkome adempauze en aangezien ik ook niet een echt ochtendmens ben, is
de drang van binnenuit om op een vrije dag vrijwillig op een nog bijna
nachtelijk uur mijn warme nestje te verlaten, minimaal.
En als ik dan nog het idee had dat het echt heel belangrijk zou zijn
voor mijn eigen ontwikkeling, of die van mijn kinderen, dan zou het
wellicht nog wat kunnen worden. Ik ken het heerlijke gevoel van het
wakker zijn en door het dorp of de natuur te lopen, terwijl verder
iedereen, behalve de vogeltjes, nog slaapt. Maar als ik eerlijk ben, kan
dat op elke willekeurige dag ervaren worden. De verbinding met een
oeroud Hemelvaart-dauwtrapritueel heb ik heel duidelijk dus nooit
gevoeld.
Waarom voelde ik me dan vanmorgen toch een klein beetje schuldig, toen
ik om half negen het ontbijt stond klaar te maken? Kennelijk zit het
vroegere patroon nog ergens in mijn systeem en heb ik er nog niet bewust
mijn eigen draai aan gegeven. Misschien komt dat wel omdat ik als kind,
toch moeite had met het beeld van een opstijgende man op een wolk. Dat
beeld heeft me misschien tegengehouden me er mee te verbinden, ondanks
dat ik inmiddels besef dat dergelijke beelden niet letterlijk
geïnterpreteerd moeten worden. Ik merk nu dat het me juist uitdaagt om
er zo ver in door te dringen dat ik er wel wat mee kan. En dat blijkt
nog een hele uitdaging! Ondanks de vele informatie die via Google te
vinden is, ben ik er nog niet in geslaagd een interpretatie te vinden,
die helemaal 'klikt'. Maar vinden zal ik hem. Dat wordt een beproeving voor mijn
ongeduld...
Mijn eigen koning worden IX.
Als ik uit het raam kijk en naar de wolken kijk, besef ik me opeens weer
dat dit een uniek plaatje is; zoals het luchttafereel nu gerangschikt
is, zal het nooit meer zijn. Een halve minuut later zie ik het bewijs,
het wolkenpatroon is alweer veranderd. Boeiend, ik kon er vroeger als
kind, op mijn rug liggend in het gras, geen genoeg van krijgen. Hele
verhalen speelden zich af boven mijn hoofd.
Vandaag voelde ik ook blije verwondering dat het de bergkorenbloemen
weer gelukt is dit jaar: de eerste bloem was weer te zien, en zo te zien
volgen er de komende dagen meer. Deze maand is sowieso topdrukte qua
primeurs in onze tuin; het liefst loop ik elke dag even een rondje om
alle nieuwkomers te verwelkomen. Wat een andere dynamiek dan een paar
maanden geleden, toen de tuin zich nog teruggetrokken had in een bijna
meditatief aanvoelende stilte. Het was zo lang koud dit jaar, dat ik me
zorgen begon te maken over het aantal planten dat het niet zou redden.
Ik ben namelijk niet het type dat met plastic zakken kwetsbare types
gaat beschermen. Te koud, dood? Pech, dan is deze tuin plus tuiniers
niet geschikt. Maar alle planten hebben het overleefd deze winter, zelfs
de fragiel ogende hortensia's die ik vorig seizoen had geplant. Wat een
groeikracht!
Over alle wonderen die zich op dit moment in de natuur afspelen, zou ik
pagina's vol kunnen schrijven; dat is niet zo moeilijk, omdat het zo
enorm zichtbaar is. Lastiger wordt het om hetzelfde te doen in de
winter... Maar het grootste wonder zit eigenlijk verborgen in het
cyclische proces. Elk jaargetijde met z'n specifieke veranderingen in de
natuur, wordt weer opgevolgd door een jaargetijde met een geheel ander
karakter, jaar in, jaar uit, als een grote ademhaling. Het nieuwe
zichtbare leven elke lente, kan alleen maar ontstaan door het afsterven
in de herfst er aan voorafgaand. De natuur doet het ons voor: om te
vernieuwen, moet je loslaten. Lijkt een paradox, wonderbaarlijk.
En als ik dit aan het schrijven ben, komt één van de katten mauwend
aandacht trekken buiten. Er ligt iets op het terras en als ik beter kijk
zie ik tot mijn schrik en afschuw een prachtig gevormd piepjong
vogelembryo, net uit het ei, met nog maar net een paar donsplukjes
zichtbaar op het ruggetje en kopje, de grote ogen nog dicht, de aders
duidelijk zichtbaar onder de transparante huid, mooie fijne pootjes met
piepkleine nageltjes, kleine vleugeltjes met de ritmische aanzet voor de vleugelveren, een echt snaveltje al....uit het nest geroofd door
onze jager. Gevoelens van boosheid en verwondering dringen om mijn
aandacht. Instinct, ook de natuur, ook iets om je over te verwonderen,
al is het in dit geval minder idyllisch dan de tere bloemknoppen die zich vrijwel
zorgeloos kunnen uitvouwen tot de prachtigste kleurcomposities. Totdat
morgen zoonlief weer in de tuin komt spelen met zijn bal...
Mijn eigen koning worden VIII
De wereld laat jou zien wat in jou leeft, las ik ergens vandaag. In
eerste instantie klinkt dat tegenstrijdig. Hoezo zie ik buiten mijzelf
wat er in mijzelf leeft? Als ik een lantarenpaal zie, leeft er toch geen
lantarenpaal in mij? Of moet ik dat niet zo letterlijk zien? De vraag
stellen is hem al beantwoorden. Het feit dat die lantarenpaal mij
opvalt, zou kunnen betekenen dat er in mij een lichtpunt is. En
afhankelijk van het tijdstip van de dag dat ik hem zie, de plek waar de
paal staat, het soort paal (mooi, lelijk, oud, nieuw, etc), zegt dat
misschien wel iets over de toestand van dat lichtpunt in mij? De enige
die daarop het antwoord zou kunnen weten, ben ik zelf.
Ik zeg met opzet 'zou kunnen weten', want soms zijn de aanknopingspunten
listig vermomd. En soms wil ik overeenkomsten tussen buiten en binnen
misschien wel niet (h)erkennen...Zou het zo kunnen zijn, dat wat me om
mij heen opvalt, opvalt omdat het raakt aan iets binnen in mij?
Verklaart dat waarom ik 20 keer dezelfde route kan rijden en dat me de
21e keer iets op valt, wat ik daarvoor nooit heb gezien, terwijl het er
al die tijd al geweest moet zijn?
Het doet mij denken aan een wandeling die ik een jaar geleden rond deze
tijd maakte in de Eifel. Ik had het geluk een aantal dagen helemaal
alleen op pad te zijn en was een mooi boek aan het lezen van Thomas
Moore (zorg voor de ziel). Naar aanleiding van een passage in dit boek, ging ik wandelen met de
vraag: welk stuk van mijn ziel vind ik terug in de wereld? In eerste
instantie had ik die vraag zo beantwoord met een aantal elementen;
zingende vogels, zonnestralen, etc.
Maar al verder lopend kwam ik tot de conclusie dat de brandnetels, de
mieren, de rotsen, de stukjes steen, de tere plantjes, de sterkere
varens, de grote bomen, het kabbelende water, de vieze glibberige
blubber, de lastige vliegen, de....en ga zo maar door....dat alles in de
wereld een uiting is van mijn ziel. Elk mens heeft daarin zijn
specifieke 'mix' en die mix is ook nog in meer of mindere mate aan
verandering onderhevig (ook hier komen we dus weer een mens-specifieke
mix en transformatie tegen, net als in mijn blog van 2 dagen geleden,
over vrijheid).
En die vieze blubber of die lastige vliegen zijn moeilijker te
accepteren (en dus moeilijker te zien?!) dan die fijne zonnestralen of
die mooi zingende vogels. Maar het één kan niet zonder het ander, in de
buitenwereld; dus dat zou wel eens kunnen betekenen dat dat in mij net
zo geldt...!
De buitenwereld is dus eigenlijk een grote spiegel, en die spiegel is in
staat je je hele eigen innerlijke 'waarheid' te laten zien....mits je dat zelf wilt zien!
Mijn eigen koning worden VII
Het koningschap is een onderwerp dat sinds het starten van deze blog
dagelijks op de meest uiteenlopende momenten in mijn gedachten is. Mooi
hoe dat werkt; als ik deze blog niet zou zijn begonnen, zou ik er een
paar dagen na 30 april aan gedacht hebben en dan was het weer op de
'schroothoop' van al mijn bedachte ideeën beland. Wat zou die trouwens
inmiddels al groot zijn geweest, als al mijn hersenspinsels
daadwerkelijk zouden zijn omgezet in fysiek waarneembare materie.
Dat roept bij mij de vraag op of ik dan eigenlijk ook niet bewuster met
mijn gedachten om zou moeten gaan...in hoeverre vervuil ik mijn eigen 'geestelijke leefomgeving' met alle 'overtollige ballast'?! En hoe weet ik
wanneer een gedachte uitmondt in een overbodige gedachte? Als ik aan
het piekeren ben, dan is het duidelijk dat dat nergens toe leidt. Er is
iets gebeurd en ik ga allemaal redenen verzinnen waarom dit is gebeurd
en waar het toe leidt. In feite ben ik dan bezig met allemaal niet
getoetste aannames. Een tweet van vandaag verwees naar een mooie tekst
met precies dit onderwerp.
De gegeven oplossing is jezelf de vraag te stellen: wat veronderstel ik
op dit moment (what am I assuming right now). Ofwel: wat weet ik zeker,
wat denk ik zeker te weten en waar doe ik een gok. Over die laatste twee
vragen met sterk zelf-reflecterend karakter, zijn we meestal niet
eerlijk, en al helemaal niet open. Als we eerlijk zijn, weten we het
meeste niet zeker. Maar voor ons eigen goede gevoel, plaatsen we veel
van onze gedachten en ideeën maar gewoon in het hokje met het etiket
'bewezen'. Stel je voor dat je alles in eerste instantie in twijfel zou
moeten trekken, totdat je degelijk wetenschappelijk onderbouwd bewijs
hebt verzameld. Dan heb je ook geen leven.
Echter, het werkt wel verder door. Op het moment dat er iemand iets
anders beweert over een onderwerp dat in jouw 'bewezen' hokje zit, zijn
de rapen gaar en schiet je in de weerstand. Probeer maar uit! Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk het vroegere idee dat de aarde
plat was. In die tijd werd je voor gek versleten (als je geluk had) als
je zei dat de aarde rond was. Kennelijk was het overstag gaan naar een
ander wereldbeeld te heftig om zonder slag of stoot toe te laten in de ideeënwereld van de meeste mensen. Overigens was een groot deel van de
mensheid zich helemaal niet bewust van deze vraagstelling. In de huidige tijd werkt dit overigens (min of meer) op dezelfde manier.
In die zin kan kennis blijkbaar ook ballast vormen. En dat wordt weer
mooi verwoord in de volgende uitspraak (ook via Twitter vandaag): The greatest obstacle to
discovery is not ignorance - it is the illusion of knowledge. Daniel J
Boorstin”.
Mijn eigen koning worden VI
Mijn blog van gisteren sloot ik af met de gezamenlijke strijd van
mensen. Strijd waarvoor? Idealen, geloof, vrijheid? En vallen die eerste
twee eigenlijk niet ook onder vrijheid? Vandaag is het 5 mei en vieren
we de bevrijding. Een goed moment om even stil te staan bij het begrip
vrijheid.
Volgens van Dale: vrij·heid (de; v; meervoud: vrijheden). 1 het vrij-zijn; onafhankelijkheid. 2 daad die de gewone grenzen
overschrijdt: zich vrijheden veroorloven. Het klinkt allemaal zo simpel,
maar hoe meer ik er over nadenk, hoe complexer het wordt! Vrij zijn van
wat, van wie, wanneer? Hoe merk je dat? Is er een start- en een
eindpunt? Kan iemand anders het aan je zien, dat je vrij bent?
Mijn conclusie is dat vrijheid binnen in mijzelf zit, in ieder mens. Ik heb
ongelofelijke bewondering voor Nelson Mandela, die ruim 27 jaar gevangen
zat en daarna vrij kwam en de wereld zoveel moois leerde. Dat kan
volgens mij alleen als je je geest niet laat kooien door gevangenschap.
Het staat ook heel mooi verwoord in één van de Tweets van vandaag:
@Zielzicht: Je vrijheid zit niet in je uiterlijke omstandigheden maar in
hoe je je er toe kunt verhouden.
Dus, we zijn weer terug bij het onderwerp van blog III: you do it to yourself...
Maar hoe kunnen we dan leren onze (innerlijke) vrijheid te vinden en te
volgen? Dat is niet een vak dat standaard op alle scholen wordt
gedoceerd. We worden geboren in deze wereld en we bootsen in eerste
instantie de mensen in onze omgeving na, die dat op hun beurt vroeger
ook weer gedaan hebben. En gedurende onze weg naar volwassenheid zijn we
in staat steeds meer stukjes eigenheid, 'eigen vrijheid', hierin te
mixen, al dan niet met moeite en weerstanden. Bij ieder individu ziet die mix er weer anders uit, afhankelijk
van de omstandigheden en van het individu. Jammer (of gelukkig?!) dat er
nog geen test voor is ontwikkeld om dit mozaïek zichtbaar te maken; hoe
ziet de mix er uit van de mens die voor je staat? En wat
betekent dat dan? Kun je überhaupt een oordeel vellen over de mate van
het zelf vrijheid verworven hebben...
Laten we ieder mens de 'vrijheid' gunnen zichzelf op zijn of haar eigen
manier te ontwikkelen, zodat de individualiteit zichtbaar kan worden (of kan blijven). Dit is één van de belangrijkste redenen waarom ik
het Vrije school onderwijs een warm hart toedraag.
Mijn eigen koning worden V
Vandaag is het 4 mei, de dag dat we onze doden herdenken. Mensen die de moed hadden te vechten voor hun land, een gezamenlijk ideaal. Ik hoorde de toespraak van Peter van Uhm, wiens vader mee vocht in de tweede Wereldoorlog. Toen Peter de leeftijd had om zijn idealen te gaan vormgeven, koos hij daarom voor het leger, om 'te dienen'. Ook zijn zoon koos die weg, de afloop weten we. Wat heb ik een bewondering voor de manier waarop deze man, deze vader, woorden geeft aan zijn gedachten en gevoel.
Soldaten, legers, oorlog; ik kon er nooit zoveel mee, voor mijn hoefde dat allemaal niet te bestaan. Veel te heftig, te bloederig en te zielig voor alle moeders die bidden dat hun zoon weer thuis komt. En vooral zonde van al die verspilde mensenlevens. Beetje naïef natuurlijk om te denken dat ik er daarmee vanaf was. Maar ik kwam er altijd wel goed mee weg, want oorlogsfilms zijn niet aan mij besteed en het journaal kun je afzetten.
Voor de oplettende waarnemer was er een parallel waarneembaar in mijn eigen leven. Ruzie krijgen met mij was er niet bij. Daar zorgde ik wel voor. Dat ging zelfs zover dat ik ook niet gauw boos werd. Klinkt goed hè? Dat vond ik wel tenminste. Totdat ik kinderen kreeg. Mijn overzichtelijke leventje werd vrij abrupt omgebouwd tot een toneel waar ook boosheid zijn entree deed. Mijn boosheid nota bene. En ik beheerste die 'kunst' totaal niet. Bij tijd en wijle beheerste het mij zelfs, voor mijn gevoel. Wat voelde ik mij schuldig!
Toen drong langzaam het besef tot me door, dat degenen die ik het liefst heb, mij ook het meest boos kunnen maken. Zij raken mij letterlijk het diepst, of ik laat me door hen raken. Sinds ik me dat besef, lukt het me af en toe om tijdens, of vlak na, een 'botsing' het strijdtoneel te overzien, om 'het hogere plan' te proberen te doorgronden.
Ruzie, een botsing, maakt deel uit van een proces. Een proces waarbij mensen elkaar proberen te beïnvloeden. In feite is dit met elkaar strijden te vergelijken met beeldhouwen; door de interactie vorm je elkaar, mits je jezelf deze transformatie toestaat. Volhard je in onveranderlijkheid, dan zullen de slagen die je worden toegebracht waarschijnlijk in hevigheid toe gaan nemen, om alsnog beweging te bewerkstelligen. Het mooie is dat geen van de 'beeldhouwers' het eindresultaat zal kunnen voorzien. Dus een transformatie betekent niet dat je je schikt naar je tegenstander. Want dan zou de vrijheid van de een ten koste gaan van die van de ander.
Zo kan ik meer met het begrip 'strijden' en op deze manier raakt mij het pleidooi vanavond van Peter van Uhm, voor meer saamhorigheid, nog dieper; individuen die in vrijheid kiezen en handelen vanuit het 'wij-gevoel', en die samen strijden.