Mijn eigen koning worden XXXVII.
Het meervoud van lef is leven, schreef ik als puber als één van de vele spreuken in mijn schoolagenda. Het woordgrapje sprak me toen al aan, en ik begon ook al een vaag vermoeden te krijgen dat het leven lastiger was dan ik tot dan toe gewend was. Ik ben opgegroeid in een klein dorp, redelijk ver van een stad, en de 'grotemensenwereld' kwam in eerste instantie in mijn bewustzijn via boeken en de televisie. Pas later besefte ik me dat niet alle kinderen zo geleidelijk het leven in kunnen stappen.
Dat besef kwam de afgelopen weken ook weer extra tot leven, doordat onze middelste dochter op school met Geschiedenis bezig is met de eigen biografie. Toen bleek er toch al behoorlijk wat heftigheid in de leventjes van sommige van haar klasgenootjes te zijn voorgekomen. En waarschijnlijk wordt nog niet eens alles verteld aan elkaar. En dan te bedenken dat elke ouder het beste voor heeft met zijn kinderen en dat je ze het liefst voor alles zou willen beschermen. Dat is dus gewoon onmogelijk, daar ben ik inmiddels ook achter. Hoe dan ook, je kind zal trauma's oplopen. Au.
Oké, we kunnen dus niet voorkomen dat het kind zich 'stoot' aan het leven, maar we kunnen wel proberen het kind zo sterk te maken, dat het weerbaar is. Eigenlijk raakt dit aan mijn blog van gisteren, die over veerkracht ging. We zouden dus willen dat een kind zich niet (lang) uit het evenwicht laat brengen door een gebeurtenis met impact. Maar we willen ook geen blok basalt als kind. Oef, ga er maar aan staan! Als we al in staat zijn bewust met de opvoeding om te gaan, dan is dit laatste wel een ultieme uitdaging.
Ik denk dat hier een hele belangrijke taak voor humor en lichtheid ligt. En dan bedoel ik niet dat je keihard moet gaan lachen als je kind voor de vijfde keer van zijn fiets valt, of door grote jongens wordt gepest. Maar deze twee eigenschappen kunnen wel tegenwicht bieden aan de zwaarte die soms kan ontstaan. Eigenlijk gaat het er denk ik om dat we onze kinderen voorleven hoe we op verschillende manieren met het rijke palet dat het leven ons voorschotelt om kunnen gaan. En dat vereist soms de nodige moed. Veel moed zelfs; een meervoud van lef...
Mijn eigen koning worden XXXVI.
Met fascinatie bekeek ik vandaag mijn vinger, waar ik gisteravond per ongeluk een tapasprikkertje in gestoken heb, en die nu rood en dik aan het worden is en pijnlijk aan voelt. Ik vind het nog steeds een wonder hoe het lichaam met dit soort verwondingen om gaat en hoe het genezingsproces elke keer weer plaats vindt. En deze verwonding is een hele zichtbare, en voelbare, maar er vinden continu van dit soort herstelwerkzaamheden plaats in ons lichaam, zonder dat we ons daar steeds bewust van zijn. Ik heb ergens gelezen dat alle cellen van ons lichaam in zeven jaar tijd volledig vernieuwd zijn, vervangen door andere cellen. Wat een vernieuwingskracht zit daar achter!
De vraag die dat bij mij oproept, is of elke nieuwe cel precies lijkt op z'n voorganger; met andere woorden: zijn we in staat ons lichaam te veranderen, al dan niet bewust? In principe zou elke cel precies dezelfde cel moeten worden, aangezien er celdeling plaats vindt. Echter, het DNA, dat de basis, of het patroon, vormt voor de te vormen cel, verandert in de loop van de tijd wel; er vinden continu kleine veranderingen plaats, die meestal geen veranderingen in de cel tot gevolg hebben, maar soms ook wel. Daarnaast heeft de omgeving van de cel (hormonen, chemische stoffen, virussen, etc) ook nog invloed op de ontwikkeling van de betreffende cel. Ook hier dus wonderbaarlijk dat dat zo vaak goed gaat. Maar gaandeweg veranderen we wel, kijk maar naar een foto van jezelf van 10 jaar geleden...
Vernieuwing en veroudering, ik vind het wonderbaarlijke en fascinerende processen. Er is al zoveel onderzoek naar gedaan en er is ook nog zoveel niet duidelijk; hoe zit het bijvoorbeeld met de 'mind-body' interactie; wat is de invloed van je gedachten, van hoe je in het leven staat, op je gezondheid? Het is inmiddels duidelijk dat gelukkige mensen gezonder zijn dan depressieve mensen; de mate van geluk (kunnen) ervaren is van invloed op je immuunsysteem. Als je daar dieper over nadenkt is dat toch fantastisch!
Kennelijk is de kracht van de geest zo groot, dat het zelfs tot in het fysieke kan doorwerken. Het mooie is, dat dit concept inmiddels aan het doordringen is tot in de WHO definitie van gezondheid. De huidige dateert nog van 1948(!): "Health is a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity". Als je het zo bekijkt, is niemand voor lange tijd achter elkaar gezond! De laatste jaren wordt er flink gediscussieerd over een nieuwe definitie, en een prachtig concept vind ik: "the ability to adapt and to self manage" (M. Huber et al, BMJ 2011). Uitgangspunt hierbij is de mate van veerkracht die iemand heeft, om in een gegeven 'ziekmakende' omstandigheid, zichzelf weer 'op te richten' zonder daadwerkelijk ziek te worden. De mate waarin een persoon dit kan, wordt zowel fysiek als mentaal bepaald.
Bovenstaande is een bredere kijk op gezondheid; het geeft aan dat een mens meer is dan alleen een verzameling cellen, bouwsteentjes; dat er verschillende krachten werkzaam zijn, die er voor zorgen dat we een 'heel mens' worden en blijven. Welke krachten dat precies zijn, daarover zijn de meningen nog verdeeld; gelukkig heeft mijn verwonde vinger daar geen weet van en doet mijn lichaam wat het al decennia doet: over een weekje zie en weet ik niet meer dat er een tapasprikkertje mijn fysieke grens doorstak!
Mijn eigen koning worden XXXV.
Iemand vroeg me laatst hoe ik mijn creativiteit gebruik. Mijn eerste reactie was dat ik vind dat ik dat veel te weinig gebruik; ik heb niet echt een specifiek creatief beroep en ik ben ook geen knutselaar of hobbyist. Ik loop niet met paars haar of excentrieke kleren rond en mijn huis is ook geen chaos of een verzameling van artistieke dingen. Hoezo stereotypering, vooroordelen en etiketjes plakken?!
Bij nader inzien gebruik ik mijn creativiteit dagelijks; hoe wil je anders moeder zijn van een gezin met drie kinderen, waarbij manlief en ik beiden ook nog veel energie in ons werk stoppen, gecombineerd met de nodige idealen? Het vergt heel wat creativiteit om alle wensen en agenda's op elkaar afgestemd te krijgen. Het is mij inmiddels duidelijk dat mijn creatieve uitingen niet op het kunstzinnige vlak liggen, maar meer in de ideeënwereld. Maar ondanks het grote beroep dat er dagelijks op mijn creativiteit wordt gedaan, voelt dit voor mij alsof ik dan meer mijn 'huis-tuin-en-keuken-creativiteit inzet, dan de echte ideële creativiteit.
Die laatste vorm van creativiteit zou ik best vaker willen aanboren, maar het lijkt alsof ik daar de ruimte niet voor heb in mijzelf. Het schrijven van deze blogs is al een hele aanwinst wat dat betreft; ik kan er heerlijk mijn ei in kwijt en doordat de creativiteit kan stromen, stroomt mijn energie ook. Teveel bezig zijn met routineklusjes doet het tegenovergestelde en is killing voor creativiteit. Het is dus kennelijk de kunst een goede balans te vinden tussen de tijd die ik besteed aan de dagelijkse routine en de extra 'creativitijd'.
En dat er nog een complicerende factor is, besefte ik toen ik het volgende las via Twitter:
The problem is never how to get new, innovative thoughts into your mind,
but how to get old ones out.
Every mind is a building filled with archaic furniture.
Clean out a corner of your mind and creativity will instantly fill it.
Dee Hock
Dan toch nog maar even mijn 'huis-tuin-en-keuken-creativiteit' gebruiken en een voorjaarsschoonmaak gaan houden in mijn hoofd?!
Mijn eigen koning worden XXXIV.
Vandaag stond ik in de file. Dat is gelukkig geen dagelijkse routine. Ik heb het geluk op fietsafstand van mijn werk te wonen en als ik een keer de weg op ga, beginnen de files pas na minimaal een half uur rijden. Maar vandaag had ik dus pech, en ik baalde dat ik niet had gekozen voor een alternatieve route. Op dat moment zou ik het liefst mijn auto optakelen en weer op de plek van bestemming neerzetten. Aangezien dat geen optie was vroeg ik me af hoe andere mensen met zo'n situatie omgaan.
Ik bedacht me dat het verschil uitmaakt of je dit dagelijks doet, of dat het incidenteel is. Ik denk dat als je dagelijks in de file staat, dat je dan 'murw' wordt, en het incalculeert bij je dagelijkse reistijd. Maar hoe lang zou ik daar over doen, tot ik tot een dergelijke mate van acceptatie zou komen? Ik geloof dat ik andere wegen zou zoeken, ofwel letterlijk door een andere route te nemen, of met het openbaar vervoer, ofwel figuurlijk door andere werktijden te regelen, of helemaal een andere baan op een andere plek.
Ik vroeg me af wat me eigenlijk het meest stoorde aan de hele situatie. Allereerst vind ik het eigenlijk een belachelijk idee, dat er zoveel mensen in zoveel auto's elke dag maar weer van die trage, blikken, stinkende rupsen vormen; dat moet er voor vogels van boven in de lucht toch wonderlijk uit zien. We vervuilen onze omgeving en we verdoen er onze kostbare tijd mee. Daarnaast had ik geen overzicht en geen idee van de omvang van de vertraging die ik op zou lopen. Gelukkig had ik wel wat speelruimte, maar toch, het idee afhankelijk te zijn van de mate van doorstroming, irriteerde mij.
Terwijl ik me zo zat te ergeren en zat te peinzen, bedacht ik me dat het wel weer grappig was dat ik zo wel weer extra denktijd had gekregen. Maar dat was dan ook het enige voordeel, in mijn ogen. Maar ja, hoe vaak komt het niet voor dat je je gekozen weg, al dan niet letterlijk, niet zo snel kunt afleggen als je zelf zou willen? Wat betekent het als ik me daar elke keer weer aan zou storen? Is het leren accepteren van dit soort ongewilde en ongeplande vertraging eigenlijk niet ook een leerpunt van het leven? Wie weet wat mij aan onbewust geluk is 'toe gevallen' door het oponthoud dat ik vandaag, en alle andere keren hiervoor, heb opgelopen? Of andersom, welk ongeluk mij bespaard is gebleven?
Acceptatie is de hoogste vorm van verandering, las ik ergens. Maar dit betekent volgens mij niet dat je dan maar klakkeloos alles moet accepteren, daar zitten grenzen aan, wat mij betreft. Anders zou ik me speelbal van het lot voelen en mijn eigen individualiteit niet voldoende kunnen uiten. En deze dan: Accepteer wat je niet kunt veranderen en verander wat je niet kunt accepteren. Dat klopt voor mij nog steeds niet helemaal, want door je eigen acties helemaal centraal te stellen, 'bypass' je de 'wijsheid van het universum'.
Kennelijk geldt ook hier dat ik moet varen op mijn eigen kompas, en het juiste midden moet zien te vinden tussen wat ik wel of niet wil of kan accepteren; take it, or leave it.
Mijn eigen koning worden XXXIII.
Terwijl ik aan het nadenken ben wat ik vandaag zal schrijven, hoor ik buiten een boel gefluit van vogeltjes. Het is altijd fijn om naar vogeltjes te luisteren, zeker aan het einde van de dag. Alsof ze voor het slapen gaan nog een heleboel te vertellen hebben en nog even een toegift geven in de vorm van een mooi fluitconcert. Het is grappig dat ik vaak vanzelf ga zitten luisteren. Zouden vogels dan ook naar elkaar luisteren, of fluiten ze gewoon om het hardst door elkaar heen? Ik ben absoluut geen vogelkenner of vogelaar, maar hier ben ik wel benieuwd naar.
Luisteren, dat is misschien wel één van de moeilijkste dingen die er is. Al zou je zeggen dat het erg makkelijk is; we hebben tenslotte allemaal twee oren en het enige wat je ervoor hoeft te doen is passief wachten tot iemand iets zegt, en dit dan opvangen, ofwel: luisteren. Of is het toch iets meer dan dat?! Als het zo simpel zou zijn, dan zouden er niet zoveel ruzies zijn tussen mensen die beweren dat er niet naar ze geluisterd wordt door de ander, dan zouden er ook geen stomme fouten meer gemaakt worden, dan...
Wat is luisteren dan eigenlijk precies? Volgens van Dale: luis·te·ren (werkwoord; luisterde, heeft geluisterd), 1 oplettend naar iets horen met de bedoeling om het gesprokene te verstaan; 2(+ naar) aandacht schenken aan: naar iets niet willen luisteren; 3(+ naar) gehoorzamen: het schip luistert naar het roer. Voor alle drie de betekenissen geldt, dat het passieve luisteren pas duidelijk wordt voor een ander, door de actie die er op volgt. Hier zit dus nog een vertaalstap en een wilsbesluit tussen! En volgens mij zit hem daar de crux. Wij mensen houden er een eigen wil op na, die ook van invloed is op de vertaalstap er voor; iemand kan Oost-Indisch doof zijn, waarmee we niets minder zeggen dan dat diegene het wel hoort, maar net doet of er niets gezegd is en er dus ook geen actie op laat volgen.
Maar ook het luisteren naar jezelf is een vak apart. Hoe moeilijk is het niet om onderscheid te maken of je moet luisteren naar dat stemmetje van binnen (dat stemmetje dat zin heeft in chocola bijvoorbeeld)? Dat is omdat we weten dat er meerdere stemmetjes zijn, en dat het ene stemmetje een ander doel heeft dan het andere (dat zegt dat je eens lekker je kamer moet opruimen). Daar zijn verschillende theorieën over bekend en legio boeken over geschreven. Als je maar lang genoeg echt luistert, wordt er vanzelf een boel duidelijk. Maar die stap zetten vergt soms al het overwinnen van een hele drempel.
En om het nog ingewikkelder te maken is er ook nog een vorm van actief luisteren, waarbij de luisteraar zijn best doet om zodanig te luisteren, dat het gehoorde zonder inkleuring door de luisteraar min of meer gespiegeld kan worden teruggegeven aan de spreker, qua inhoud en qua gevoel. Dit actief luisteren heeft als doel om wederzijds contact te verbeteren. Vooral het gevoel echt begrepen te worden, zonder meteen beoordeeld te worden is belangrijk. Actief luisteren komt oorspronkelijk uit de klinische psychologie en is later toegepast in de communicatiewetenschappen en wordt tegenwoordig op heel veel terreinen toegepast. Vanavond bijvoorbeeld nog bij het TV programma 'de slechtste echtgenoot van Nederland' (het "A-B-A gesprekje"). Ik vind het een prachtig hulpmiddel in het omgaan met moeilijke situaties waarin mensen met verschillende meningen betrokken zijn.
Het is jammer om te moeten constateren dat de vaardigheid van het kunnen luisteren erg wordt ondergewaardeerd, een ondergeschoven kindje is. Bij deze mijn oproep om daar meer gehoor aan te geven :-)
En bedenk daarbij: Zelden hoor je, wie er wil luisteren.
De vogeltjes zijn inmiddels stil geworden; zitten ze ingespannen te luisteren, zijn het luistervinkjes, of is het gewoon bedtijd en liggen ze op één oor?!
Mijn eigen koning worden XXXII.
"Dit jaar valt de zomer op maandag" twitterde iemand laatst, op een onverwacht zonnige en warme dag. Ik moest er om lachen, maar besefte me ook dat ik inderdaad mijn winterjas nog op de kapstok heb hangen, en dat dat niet komt omdat ik te lui ben om hem daar weg te halen. Gisteren was het opeens al weer 1 juni, dat klinkt al een eind richting het midden van het jaar, dus ook richting zomer. De lente moet nog bijna beginnen, als we de temperatuur als ijkpunt nemen. Gelukkig trekken de vogels en de natuur zich er niet te veel van aan, dat het weer uit de pas loopt.
Normaal gesproken kan ik er heel chagrijnig van worden, als ik uitkijk naar hogere temperaturen, die dan vervolgens achterwege blijven. En ik spreek uit ervaring, na een aantal kampeervakanties in natte en koude zomers in Frankrijk, de laatste jaren. We zouden dit jaar dan ook voor het eerst naar de Canarische eilanden gaan, in de meivakantie. Dat ging om allerlei redenen niet door, en achteraf bleek het daar in die bewuste week ook helemaal niet zo warm te zijn geweest. En wij, wij zaten te genieten in een woonkamer waar het 23 graden was, door de nieuwe houtkachel die in die week geplaatst was. En dat terwijl we van tevoren hadden bedacht dat het niet zo'n super planning was om in mei een houtkachel te kopen... Inmiddels zijn we bijna door de houtvoorraad heen die voor het komende najaar bedoeld was! "Elk nadeel hep z'n voordeel" om met een bekende filosoof te spreken.
Een ander voordeel van een relatief koud voorjaar, is dat ik nauwlettend de weersvoorspellingen in de gaten houd, om maar vooral geen warme dag te missen. Ik had namelijk dit voorjaar een aantal plannetjes voor de tuin, maar ik ben ook een 'mooiweertuinierster', dus dat vergt wat planning in de logistiek dan. Vooral niet te vroeg planten halen bijvoorbeeld, want anders staan die wekenlang te verpieteren in hun veel te kleine potjes. En daardoor ben ik me veel meer bewust van die mooie lentedagen. Schaarste maakt geliefd, geldt hier blijkbaar ook.
Als je kijkt op de social media, is het weer ook vaker onderwerp van de dag dan voorheen. Het lijkt wel of het klimaat gewoon wat extra aandacht nodig heeft. Lijkt de aandacht te verslappen? Dan zorgen we voor wat sneeuw in de Pyreneeën en een hittegolf in Lapland; easy does it! Bij mij werkt het in elk geval al: ik besteed meer aandacht aan het weer dan voorheen. En wat leuker is, ik geniet extra van de mooie dagen. Mijn volgende uitdaging is, om ook de kwaliteiten van die koudere dagen daar tussendoor meer te gaan waarderen, ook al hoort het bijna zomer te zijn en ook als de kachel niet brandt...
Mijn eigen koning worden XXXI.
Vanavond bracht ik onze jongste naar bed en toen ik zijn kamer in liep, schrok ik van de bende die hij er weer van had gemaakt. Hoe vaak we het ook met hem opruimen, het is wonderbaarlijk hoe snel hij het weer weet om te toveren tot een plek die er uitziet alsof er een week niet is opgeruimd. En wat er ligt, zou officieel nooit het stempel 'speelgoed' krijgen. Onze jongste verstaat namelijk de kunst om in alles wat hij vindt, iets handigs te zien. Dus neemt hij alles wat hij vindt en wat hem mooi of handig lijkt, mee naar huis. Dat varieert van bierdopjes, ijzeren ringetjes, verloren reflectoren tot stenen en stukken electriciteitsdraad, die hij vervolgens omknutselt in de meest fantastische uitvindingen. Het helpt hem ook dat wij heel wat klussen in en om ons huis. En dat wij niet altijd alles meteen opruimen na gedane arbeid...
Kom ik daarentegen op de kamer van onze middelste, dan straalt de gezelligheid en opgeruimdheid me tegemoet. We hoeven haar nooit aan te sporen om op te ruimen; als het te rommelig is naar haar zin, dan kan ze er zelfs chagrijnig van worden en zien we haar niet tot de orde is hersteld. Op één plek na dan; haar kledingkast kan nog wel eens een rommeltje zijn. Maar het is dan ook de kledingkast van een tienjarige dochter, die zich al van jongs af aan liefst drie keer per dag verkleedt...
Ik vind het grappig om dit zo te zien gebeuren bij onze kinderen. Ik herken zoveel van onszelf en onze 'worsteling' met alle spulletjes, de materie. Aan de ene kant wil ik het liefst een zo opgeruimd mogelijk huis, maar anderzijds prikkelt het mijn fantasie als ik onverwachte dingen op onverwachte plekken tegenkom. Die schoentjes die ik de volgende morgen bij de trampoline vind, vertellen mij het verhaal van een middag met veel gegil, gespring en rode wangen van plezier. De knikkers waar ik 's avonds bijna mijn nek over breek, zijn de restanten van een reuzeknikkerbaan. En het paard dat op zijn zij in de hoek ligt, is gesneuveld tijdens een spannende veldslag.
Het is dan ook een hele zoektocht hoe als ouder enerzijds een goed voorbeeld te geven, maar anderzijds ook rekening te houden met de aard van het kind. Wanneer moet je bijsturen in de vorm van een opruimactie, en wanneer juist niet. Het rommel kunnen maken is ook een behoefte van een kind, een manier om zich uiteen te leren zetten met de materie. En misschien moet ik het ook gewoon niet 'rommel maken' noemen, want zo zien ze het zelf ook niet. In feite zijn ze keihard bezig; door hun spel leren ze het leven kennen, vormen ze zichzelf. Het spel dat eerst vooral de nabootsing is van wat ze om zich heen zien, en allengs over gaat in een spel met meer eigen inbreng, met fantasie. Het proces is belangrijker dan dat wat aan het einde aan 'rommel' rest; dat is zo bezien toch meer een soort verteringsproduct, waaraan je af zou moeten kunnen leiden hoe het 'speelproces' is verlopen. Een procesindicator dus?!
De analogie met onze spijsvertering komt opeens bij me op; mooi onderwerp voor een volgende blog!