Mijn eigen koning worden XXII.
In mijn blog van gisteren kwam het toeschouwer zijn ter sprake. Een ander aspect van het toeschouwer zijn, is de impuls die het op kan roepen om iets te gaan doen. Dit wordt mooi beschreven in het boek van Jan Terlouw, Zoektocht in Katoren, dat ik toevallig (of niet) aan het voorlezen ben aan één van onze kinderen. Koss, de hoofdpersoon, is al weken op zoek naar iemand, en ziet in elke stad waar hij komt wonderbaarlijke dingen. Op een gegeven moment komt hij tot het besef dat hij tot dan toe alleen toeschouwer is geweest, hij heeft niets gedaan om de situaties die hij tegenkwam te veranderen. Hij stelt zich dan de vraag of het niet tijd wordt dat hij in actie komt.
Dit is zo'n herkenbaar dilemma voor mij! Ik kom regelmatig dingen tegen, waarvan ik vind dat het anders zou kunnen en heb dan de neiging daar actief wat aan te gaan doen. Het begon al met mijn studiekeuze destijds: Scheikundige Technologie aan de TU in Delft, met het idee Biotechnologie te kiezen, zodat ik kon gaan bijdragen aan een milieuvriendelijkere manier van omgaan met de aarde. Dat is er op die manier nooit van gekomen, ik ben na een jaar Scheikunde gaan studeren in Leiden en ben afgestudeerd in de Biochemie. De chemie van het leven, dat had mijn interesse en graag wilde ik mee gaan helpen ziektemechanismen te gaan ontrafelen. Na mijn promotietijd op een moleculair biologisch lab, verbonden aan een Rotterdams ziekenhuis was mijn idealisme al weer getemperd door realisme; onderzoek was toch niet helemaal mijn ding: na zoveel jaar ben je dan zo weinig opgeschoten op de vierkante millimeter van dat vakgebied...
Inmiddels ben ik al zo'n vijftien jaar actief in de klinische chemie, een prachtig vak, dat er toe bijdraagt dat artsen een diagnose kunnen uitsluiten of bevestigen, een prognose kunnen geven en een ziekteverloop kunnen volgen. Ik doe dit met veel plezier, maar ook hier zie ik natuurlijk regelmatig zaken waarvan ik vind dat het anders zou kunnen. En dan is steeds de vraag: hoeveel is het me waard om hier extra tijd in te investeren? Tot nu toe was die vraag heel snel beantwoord: als moeder van 3 kinderen, een drukke parttime functie met zowel vakinhoud als management, en een echtgenoot die ook nog wel eens wil kunnen werken houd ik weinig tijd over voor dit soort 'hobbies'.
En toch wringt het weleens, als ik de succesverhalen van anderen lees. Mijn eerste reactie is altijd dat ik een beetje jaloers ben dat ik dat niet heb gedaan. Mijn tweede reactie is dat ik me mijn grenzen besef, qua tijd, maar ook qua persoon; ik ben meer een creatieve denker dan een doener. En dan ben ik blij dat een ander het heeft gedaan. Een mooie tweet van vandaag sluit daar prachtig op aan: @janbommerez: "The key to effortless creating is... doing no effort. Amazing isn't it? Creation is done through us, not by us. Get out of the way and enjoy". Wat een opluchting! Mijn eigen oordeel dus loslaten en mijn weg blijven volgen. Was dit een restje Calvinisme in mij dat ik nog kwijt moest?! Ik ben benieuwd wat Koss gaat doen...!
Mijn eigen koning worden XXI.
Vanavond waren we met ons leesclubje bijeen. We zijn al een tijd bezig met het boek 'tijdgenoten onderweg' van Christine Gruwez, en het bijbehorende werkboekje. Het thema van het boek gaat over hoe om te gaan met alle gebeurtenissen die we dagelijks om ons heen en via de media zien gebeuren. Hoe dit alles je het gevoel van machteloze toeschouwer kan geven en dat er een weg mogelijk is om je hiervan te bevrijden en tijdgenoot te worden. We hadden allemaal hooggespannen verwachtingen, en nu, ruim een jaar later, vroegen we ons af wat het ons tot nu toe heeft opgeleverd.
Dat bleek nog niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen. Het liefst zouden we een makkelijk meetbaar resultaat willen hebben, maar dat is waarschijnlijk hetzelfde als het willen meten hoe assertief iemand is geworden na een weerbaarheidstraining. Wat het boekje ons duidelijk wil maken, is dat een oordeel vellen heel makkelijk lijkt, op het eerste gezicht. Maar dat als je verder kijkt, er vaak meerdere blikrichtingen zijn, waardoor een duidelijke scheidslijn tussen twee kanten steeds waziger wordt. Het gevolg is dat daardoor het vellen van een oordeel moeilijk en soms zelfs overbodig wordt.
In deze tijd waarin van mensen min of meer verwacht wordt overal een mening en een oordeel over klaar te hebben, voelt dat misschien een beetje tegenstrijdig, in eerste instantie. Je telt al snel niet echt mee als je niet je mening ventileert, en de mensen met de grootste mond krijgen vaak de meeste steun. Onze huidige politiek laat daar veelvuldig voorbeelden van zien. Het is een teken van daadkracht, van sterk leiderschap als je je oordeel snel klaar hebt; dat geeft duidelijkheid.
Dat klopt helemaal. De vraag is of duidelijkheid ook altijd recht doet aan alle partijen, alle kanten van een kwestie. Hoe eerlijk is die duidelijkheid? Een mooi voorbeeld dat vanavond werd genoemd is de vraag om rehabilitatie van mannen, die destijds weigerden te gaan vechten in Nl-Indië. Een lange tijd werden die afgeschilderd als landverraders. Inmiddels is er veel meer informatie beschikbaar gekomen en is de nationale mening 180 graden gewijzigd. En er zijn natuurlijk veel meer voorbeelden te verzinnen. Waarom blijven we dan nog steeds vasthouden aan het snelle oordeel? We leren dat zelfs al aan kinderen op de lage school...
Een verklaring die ik ervoor heb, is dat door snel een oordeel te hebben, we snel een etiketje kunnen plakken: goed of fout, vies of lekker, fijn of niet fijn, etc. Daarmee is de zaak afgehandeld en hoeven we er verder niet meer over na te denken. Het is daardoor ook wel een veilige manier om om te gaan met de wereld om ons heen. De vraag is hoe bewust we ervan zijn dat we dit zo doen. Misschien is het een idee om 1 keer per jaar een oordeelloze zondag in te voeren...als eerste stap!
Mijn eigen koning worden XX.
Tweede Pinksterdag, motregen, koud; de goede ingrediënten om eindelijk eens de foto's van afgelopen zomervakantie te gaan ordenen tot een mooi fotoboek. Die foto's had ik gelukkig snel gevonden op mijn laptop, maar het grootste werk is altijd het uitzoeken welke foto's ik wel of niet wil gebruiken om onze familiegeschiedenis op te luisteren. 260 had ik er dit jaar, en na een strenge selectieprocedure kwam ik uit op 200 foto's. Weggooien is niet mijn grootste kwaliteit...
Me dat beseffende moest ik zuchtend denken aan al die andere duizenden foto's op mijn harde schijf en op back-up schijfjes. Twintig jaar geleden, voor de komst van de digitale camera, was het maken van foto's een heel ander soort bezigheid voor mij. Ik kocht voor een vakantie twee of drie filmrolletjes en pas na terugkomst en ontwikkelen bleek of die mooie shots gelukt waren. Met een beetje mazzel hield ik dan precies genoeg goede foto's over om een leuk plakboek mee te vullen.
De ontwikkeling die ik doormaak in het proces van fotograferen, doet zich eigenlijk op heel veel fronten in mijn, in ons leven voor. Denk maar aan de enorme keuze die we tegenwoordig hebben tussen verschillende soorten brood bij de bakker, de enorme keus in supermarkten, schoenen- en kledingwinkels, elektronica, reisburo's, maar ook qua studiekeuze, partnerkeuze, gezondheidszorg, politieke partijen, levensbeschouwelijke stromingen, etc. etc. Op elk gebied in ons leven worden we geconfronteerd met keuzes die we moeten maken, waar voorheen de regels golden van de 'zuil' waartoe je hoorde.
Het probleem dat ik af en toe met keuzes maken heb is, dat wat je niet kiest, dus allemaal afvalt; ik schreef al dat weggooien niet mijn talent is! Daarom houd ik ook wel van het 'én én principe'; voor het ene kiezen, sluit het andere niet uit. Maar dat is niet overal op toepasbaar!
Wat betekent het maken van keuzes voor ons? Volgens mij geeft het ons een ontwikkelingskans; het maken van keuzes doet een beroep op onze individualiteit, afhankelijk van het feit of je de keuze echt zelf maakt, of omdat je denkt dat anderen dat van je verwachten, of omdat je zonder nadenken een keuze maakt uit gewoonte. Elke keer dat we met een keuze worden geconfronteerd, krijgen we de kans ons eigen wezen te leren kennen, als we dat willen. En dat varieert van de bolletjes ijs in je horentje, het soort boeken dat je leest tot aan het wereld- en mensbeeld dat je aanhangt. In theorie zou alles een keuze kunnen zijn, ware het niet dat als je bij alles zo bewust na zou denken, je leven er wel heel moeizaam uit gaat zien, denk ik...Wat ben ik blij dat er verrassingsmenu's bestaan!
Mijn eigen koning worden XIX.
Dit weekend, Pinksterweekend, is de hekkensluiter qua nationale feestdagen in de eerste helft van het jaar. Vanaf de voorjaarsvakantie voelt het voor mij als een lange slinger van feestdag naar feestdag. Aan de ene kant wel lekker, zoveel vrije dagen, maar het weekritme wordt er ook door verstoord; in een gezin met kinderen niet altijd even fijn. het brengt mij er toe weer eens goed over deze dagen na te denken.
In mijn jeugd hadden deze dagen wel een bijzonder tintje; ik kom uit een gezin waar de kerk niet de boventoon voerde, maar een zekere verbinding met religie was er wel. Ik zat op een christelijke lagere school en daar werd altijd aandacht besteed aan de christelijke feesten. Toen ik op mijn achttiende ging studeren en op kamers ging, zat dit patroon er nog wel in, maar hoorde het thuis in het rijtje verplichtingen. Ik voelde er vanuit mijzelf eigenlijk geen verbinding meer mee. Sterker nog, op dit soort dagen maakte een verdrietig gevoel zich van mij meester, ook omdat ik om mij heen zag wat het met anderen deed: alleenstaanden die op dat soort dagen extra geconfronteerd worden met het alleen zijn, anderen die vol stress inkopen doen omdat deze dagen symbool staan voor uitgebreid tafelen, en vooral veel mensen die min of meer verplicht allerlei bezoekjes afleggen. Als ik nu om me heen kijk, zie ik dat naast bovenstaande, veel mensen die feestdagen als welkome klus- of winkeldagen gebruiken, zeker nu steeds meer winkels dan ook open zijn.
Voor mij is er veel veranderd in mijn beleving van deze feestdagen, sinds onze kinderen op school zitten. Hun school, een vrije school, besteedt veel aandacht aan de zogenoemde 'jaarfeesten', vanuit het besef dat deze feesten een mooie leidraad vormen voor het bewust meebeleven van de seizoenswisselingen, het ritme door het jaar heen; een soort in- en uitademen. Zo mochten de kinderen afgelopen vrijdag met hun klas een mooi vlechtwerk maken met de linten van de meiboom; ze vormen samen een cirkel rond de paal en al zingend en lopend, ieder zijn eigen weg, maar continu in afstemming met degenen voor, achter, en tegenover hen, zien we het vlechtwerk om de paal ontstaan.
Mooier dan dat kan volgens mij nauwelijks uitgebeeld worden wat voor mij de betekenis van Pinksteren is: het besef dat we allemaal verbonden zijn, en dat we geen woorden nodig hebben om dat te kunnen voelen. Door met elkaar op weg te gaan, ieder vanuit zijn eigen kracht, talent, kern, kunnen we samen de mooiste dingen, 'vlechtwerken', bereiken. Wat een kans!
Mijn eigen koning worden XVIII.
Vandaag werd ik getriggerd door een op het eerste oog niet heel spannende uitspraak van Krishnamurti: "op onvrede bestaat geen antwoord ". De uitleg die er bij stond was des te spannender; 'we zullen er nooit achter komen wat aan onze onvrede ten grondslag ligt, omdat we alleen maar bezig zijn met het zoeken naar middelen of manieren om tevreden te worden.'
"Het enige wat ons bezighoudt is het loskomen van de schroeiende onrust. Dat is enorm moeilijk, omdat onze geest nooit tevreden, nooit ingenomen is met wat hij ziet, als hij 'dat wat is' observeert. Dat wil hij dus altijd omzetten in iets anders. Je eigen geest veroordeelt 'dat wat is', en vergelijkt het met hoe het zou moeten zijn. Daardoor zet je geest zich er tegen af, en daarmee ook tegen datgene wat de onvrede veroorzaakt."
Dat sluit weer naadloos aan op de volgende uitspraak van Amir Zoghi: “Fear can only rule and control those who live in fear.” Die 'angst' bestaat uit de altijd doorgaande zoektocht naar dingen die gedaan moeten worden (de mij bekende things-to-do lijstjes...). Daardoor bestaat het risico dat er niet genoeg ruimte overblijft voor de dingen waar we (ik) van houden. De vraag is waar die behoefte aan 'dingen doen' vandaan komt, is dat angst, of liefde?!
Het is mooi dat deze twee teksten vandaag op mijn weg komen, net nu ik me de afgelopen tijd besef dat ik veel te lang aan het 'doorsjezen' ben geweest, en eigenlijk niet voldoende heb 'geoogst', niet voldoende heb gezien wat er allemaal (al) is. Het voelt alsof ik altijd maar onderweg ben. En er is helemaal niets mis met reizen, met transformeren zogezegd, maar het stof van de weg moet ook de kans krijgen neer te dalen. De reiziger moet ook alle indrukken kunnen verteren. Je kunt aldoor reizen, uit angst iets te missen, en met een bepaalde verwachting van hoe de weg er uit zou moeten zien. Of je kunt ervoor kiezen om op weg te gaan vanuit de liefde van het onderweg zijn, en dat wat je tegenkomt te omarmen...
Mijn eigen koning worden XVII.
Ik zat er op te wachten, de dag dat het me echt niet zou lukken om een blog te schrijven...en gisteren was het zover! We zouden 's avonds met vrienden het vervolg van de documentaire van Eckhart Tolle's Findhorn retraite bekijken en dat leek me prachtige inspiratie voor de blog van die dag. Maar, soms gaan geplande dingen anders en dan wordt het spannend: houd je vast aan het geplande, of laat je los en drijf je mee op de nieuwe stroom?
De avond begon met lekker koffie drinken en bijkletsen en al snel werden de gesprekken serieuzer van aard. Uiteindelijk zijn we aan de hele documentaire niet meer toegekomen en zijn we tot laat intensief met elkaar blijven praten. Erg boeiend en inspirerend, maar toen ik thuis kwam vond ik mijn bed vele malen aanlokkelijker dan het schrijven van een blog. Inwendig leverde dit wel een twijfel op: nu niet schrijven kan leiden tot het begin van het einde van mijn dagelijkse blog. Nu niet naar bed gaan zou betekenen dat ik veel te kort zou slapen, met alle gevolgen voor de volgende dag. Ik besloot mezelf te testen en gewoon eens de andere weg dan gebruikelijk te nemen: niet volharden in mijn plan, maar meegaan met het moment. Ik heb heerlijk geslapen!
Maar vanmorgen werd ik toch wakker met een lichte twijfel, misschien wel een beetje paniek zelfs; waarom had ik niet toch vannacht even wat opgeschreven? Alles beter dan het gevoel dat ik nu had: ik voldeed niet aan mijn eigen verwachtingen. Ik liet het eens goed tot me doordringen wat er gebeurde op dat moment. Was ik teleurgesteld in mijzelf? Was ik boos op mezelf? Schaamde ik me voor mezelf, dat het me na iets meer dan 2 weken al niet meer gelukt was om elke dag een blog te schrijven? Was ik bang dat het dus meteen het einde van mijn blogavontuur zou zijn? Was ik bang voor reacties van anderen, die weten van mijn ambitieuze plan?
Ik besloot de dag maar eens af te wachten om te kijken welk gevoel er zou blijven hangen. En vanavond realiseerde ik me dat ik het het moeilijkst vond om toe te geven dat ik datgene wat ik mezelf met zoveel enthousiasme had voorgenomen, niet had waargemaakt. En ik besefte me tegelijk het ridicule van dit oordeel, ik had namelijk alle andere dagen wel gedaan wat ik me had voorgenomen. Werd het niet tijd om dit starre voornemen een klein beetje buigzamer te maken?
Ja, maar, dat is het begin van het einde, zei het kleine stemmetje nog fel. Nee, zei toen de koning, af en toe zullen er dagen zijn, dat de 'uitwisseling' op een andere manier dan de blog zal plaats vinden; de uitdaging ligt in het vinden van de juiste middenweg: het voornemen trouw blijven, zolang als dat goed voelt, maar ook de rest van mijzelf trouw blijven. Het ene voornemen moet niet ten koste gaan van het andere, gaat het daar eigenlijk niet heel vaak om in ons leven...?
Mijn eigen koning worden XVI.
Vanavond ben ik naar een concert van Harry Sacksioni geweest, een
gitaarvirtuoos, wiens muziek ik tijdens mijn puberteit op mijn gitaar
probeerde te spelen. En nu na zoveel jaren dus een keer 'in het echt'
gehoord. Het was heel bijzonder om te zien en te horen hoe hij de
prachtigste creaties tevoorschijn toverde uit zijn gitaren; muziek van
een hele band soms, door 1 man gespeeld op 1 gitaar.
Mooie muziek raakt me diep, en vooral als het live gespeeld wordt.
Muziek kan meer teweeg brengen dan 1000 woorden. Ze zeggen niet voor
niets dat er een 'gevoelige snaar' wordt geraakt...Muziek is ook in
staat je alles om je heen te doen vergeten (bij het laatste nummer bleek
dat we al thuis hadden moeten zijn om de oppas af te lossen!), of om je
in een hele andere stemming te brengen. Zonder muziek zou de wereld
grijs zijn, denk ik; het is een soort honing voor de ziel.
Het mooie van vanavond was, dat het ook een beetje een reis door de
jaren 60, 70 en 80 was, met als kern George Harrison van the Beatles,
voor wie dit optreden een ode was. En het mooie van muziek is, dat er
herinneringen aan kleven. Van veel muziek weet ik nog wel ongeveer in
welk jaar het werd gedraaid, omdat ik me er een specifieke gebeurtenis
bij herinner.
En het allermooiste vond ik dat mijn eeuwig favoriete Beatlesnummer op
het laatst ook voorbij kwam: het verstilde, gevoelige 'Here comes the
sun', één van de weinige nummers die door George Harrison geschreven
mocht worden (Lennon en McCartney hadden min of meer het alleenrecht).
Maar wel meteen het allermooiste voor mij! Dit liedje brengt in zijn
simpelheid zo'n enorme grote boodschap: de zon, die iedere dag voor (en
door!) iedereen weer schijnt, ook al ben je hem af en toe ogenschijnlijk
een tijdje kwijt, en dat is alles wat nodig is. Het is een hele vrije
eigen vertaling van mij, maar dit is de essentie. Zo simpel en tegelijk
ook zo moeilijk. Het vertrouwen hebben dat de dingen gaan zoals ze
moeten gaan, zolang je jezelf maar trouw bent en de stappen zet die jouw
pad vormen. Als je dat probeert, ben je het koningschap waardig, wat mij
betreft.