Mijn eigen koning worden XIX.
Dit weekend, Pinksterweekend, is de hekkensluiter qua nationale feestdagen in de eerste helft van het jaar. Vanaf de voorjaarsvakantie voelt het voor mij als een lange slinger van feestdag naar feestdag. Aan de ene kant wel lekker, zoveel vrije dagen, maar het weekritme wordt er ook door verstoord; in een gezin met kinderen niet altijd even fijn. het brengt mij er toe weer eens goed over deze dagen na te denken.
In mijn jeugd hadden deze dagen wel een bijzonder tintje; ik kom uit een gezin waar de kerk niet de boventoon voerde, maar een zekere verbinding met religie was er wel. Ik zat op een christelijke lagere school en daar werd altijd aandacht besteed aan de christelijke feesten. Toen ik op mijn achttiende ging studeren en op kamers ging, zat dit patroon er nog wel in, maar hoorde het thuis in het rijtje verplichtingen. Ik voelde er vanuit mijzelf eigenlijk geen verbinding meer mee. Sterker nog, op dit soort dagen maakte een verdrietig gevoel zich van mij meester, ook omdat ik om mij heen zag wat het met anderen deed: alleenstaanden die op dat soort dagen extra geconfronteerd worden met het alleen zijn, anderen die vol stress inkopen doen omdat deze dagen symbool staan voor uitgebreid tafelen, en vooral veel mensen die min of meer verplicht allerlei bezoekjes afleggen. Als ik nu om me heen kijk, zie ik dat naast bovenstaande, veel mensen die feestdagen als welkome klus- of winkeldagen gebruiken, zeker nu steeds meer winkels dan ook open zijn.
Voor mij is er veel veranderd in mijn beleving van deze feestdagen, sinds onze kinderen op school zitten. Hun school, een vrije school, besteedt veel aandacht aan de zogenoemde 'jaarfeesten', vanuit het besef dat deze feesten een mooie leidraad vormen voor het bewust meebeleven van de seizoenswisselingen, het ritme door het jaar heen; een soort in- en uitademen. Zo mochten de kinderen afgelopen vrijdag met hun klas een mooi vlechtwerk maken met de linten van de meiboom; ze vormen samen een cirkel rond de paal en al zingend en lopend, ieder zijn eigen weg, maar continu in afstemming met degenen voor, achter, en tegenover hen, zien we het vlechtwerk om de paal ontstaan.
Mooier dan dat kan volgens mij nauwelijks uitgebeeld worden wat voor mij de betekenis van Pinksteren is: het besef dat we allemaal verbonden zijn, en dat we geen woorden nodig hebben om dat te kunnen voelen. Door met elkaar op weg te gaan, ieder vanuit zijn eigen kracht, talent, kern, kunnen we samen de mooiste dingen, 'vlechtwerken', bereiken. Wat een kans!
Mijn eigen koning worden XVIII.
Vandaag werd ik getriggerd door een op het eerste oog niet heel spannende uitspraak van Krishnamurti: "op onvrede bestaat geen antwoord ". De uitleg die er bij stond was des te spannender; 'we zullen er nooit achter komen wat aan onze onvrede ten grondslag ligt, omdat we alleen maar bezig zijn met het zoeken naar middelen of manieren om tevreden te worden.'
"Het enige wat ons bezighoudt is het loskomen van de schroeiende onrust. Dat is enorm moeilijk, omdat onze geest nooit tevreden, nooit ingenomen is met wat hij ziet, als hij 'dat wat is' observeert. Dat wil hij dus altijd omzetten in iets anders. Je eigen geest veroordeelt 'dat wat is', en vergelijkt het met hoe het zou moeten zijn. Daardoor zet je geest zich er tegen af, en daarmee ook tegen datgene wat de onvrede veroorzaakt."
Dat sluit weer naadloos aan op de volgende uitspraak van Amir Zoghi: “Fear can only rule and control those who live in fear.” Die 'angst' bestaat uit de altijd doorgaande zoektocht naar dingen die gedaan moeten worden (de mij bekende things-to-do lijstjes...). Daardoor bestaat het risico dat er niet genoeg ruimte overblijft voor de dingen waar we (ik) van houden. De vraag is waar die behoefte aan 'dingen doen' vandaan komt, is dat angst, of liefde?!
Het is mooi dat deze twee teksten vandaag op mijn weg komen, net nu ik me de afgelopen tijd besef dat ik veel te lang aan het 'doorsjezen' ben geweest, en eigenlijk niet voldoende heb 'geoogst', niet voldoende heb gezien wat er allemaal (al) is. Het voelt alsof ik altijd maar onderweg ben. En er is helemaal niets mis met reizen, met transformeren zogezegd, maar het stof van de weg moet ook de kans krijgen neer te dalen. De reiziger moet ook alle indrukken kunnen verteren. Je kunt aldoor reizen, uit angst iets te missen, en met een bepaalde verwachting van hoe de weg er uit zou moeten zien. Of je kunt ervoor kiezen om op weg te gaan vanuit de liefde van het onderweg zijn, en dat wat je tegenkomt te omarmen...
Mijn eigen koning worden XVII.
Ik zat er op te wachten, de dag dat het me echt niet zou lukken om een blog te schrijven...en gisteren was het zover! We zouden 's avonds met vrienden het vervolg van de documentaire van Eckhart Tolle's Findhorn retraite bekijken en dat leek me prachtige inspiratie voor de blog van die dag. Maar, soms gaan geplande dingen anders en dan wordt het spannend: houd je vast aan het geplande, of laat je los en drijf je mee op de nieuwe stroom?
De avond begon met lekker koffie drinken en bijkletsen en al snel werden de gesprekken serieuzer van aard. Uiteindelijk zijn we aan de hele documentaire niet meer toegekomen en zijn we tot laat intensief met elkaar blijven praten. Erg boeiend en inspirerend, maar toen ik thuis kwam vond ik mijn bed vele malen aanlokkelijker dan het schrijven van een blog. Inwendig leverde dit wel een twijfel op: nu niet schrijven kan leiden tot het begin van het einde van mijn dagelijkse blog. Nu niet naar bed gaan zou betekenen dat ik veel te kort zou slapen, met alle gevolgen voor de volgende dag. Ik besloot mezelf te testen en gewoon eens de andere weg dan gebruikelijk te nemen: niet volharden in mijn plan, maar meegaan met het moment. Ik heb heerlijk geslapen!
Maar vanmorgen werd ik toch wakker met een lichte twijfel, misschien wel een beetje paniek zelfs; waarom had ik niet toch vannacht even wat opgeschreven? Alles beter dan het gevoel dat ik nu had: ik voldeed niet aan mijn eigen verwachtingen. Ik liet het eens goed tot me doordringen wat er gebeurde op dat moment. Was ik teleurgesteld in mijzelf? Was ik boos op mezelf? Schaamde ik me voor mezelf, dat het me na iets meer dan 2 weken al niet meer gelukt was om elke dag een blog te schrijven? Was ik bang dat het dus meteen het einde van mijn blogavontuur zou zijn? Was ik bang voor reacties van anderen, die weten van mijn ambitieuze plan?
Ik besloot de dag maar eens af te wachten om te kijken welk gevoel er zou blijven hangen. En vanavond realiseerde ik me dat ik het het moeilijkst vond om toe te geven dat ik datgene wat ik mezelf met zoveel enthousiasme had voorgenomen, niet had waargemaakt. En ik besefte me tegelijk het ridicule van dit oordeel, ik had namelijk alle andere dagen wel gedaan wat ik me had voorgenomen. Werd het niet tijd om dit starre voornemen een klein beetje buigzamer te maken?
Ja, maar, dat is het begin van het einde, zei het kleine stemmetje nog fel. Nee, zei toen de koning, af en toe zullen er dagen zijn, dat de 'uitwisseling' op een andere manier dan de blog zal plaats vinden; de uitdaging ligt in het vinden van de juiste middenweg: het voornemen trouw blijven, zolang als dat goed voelt, maar ook de rest van mijzelf trouw blijven. Het ene voornemen moet niet ten koste gaan van het andere, gaat het daar eigenlijk niet heel vaak om in ons leven...?
Mijn eigen koning worden XVI.
Vanavond ben ik naar een concert van Harry Sacksioni geweest, een
gitaarvirtuoos, wiens muziek ik tijdens mijn puberteit op mijn gitaar
probeerde te spelen. En nu na zoveel jaren dus een keer 'in het echt'
gehoord. Het was heel bijzonder om te zien en te horen hoe hij de
prachtigste creaties tevoorschijn toverde uit zijn gitaren; muziek van
een hele band soms, door 1 man gespeeld op 1 gitaar.
Mooie muziek raakt me diep, en vooral als het live gespeeld wordt.
Muziek kan meer teweeg brengen dan 1000 woorden. Ze zeggen niet voor
niets dat er een 'gevoelige snaar' wordt geraakt...Muziek is ook in
staat je alles om je heen te doen vergeten (bij het laatste nummer bleek
dat we al thuis hadden moeten zijn om de oppas af te lossen!), of om je
in een hele andere stemming te brengen. Zonder muziek zou de wereld
grijs zijn, denk ik; het is een soort honing voor de ziel.
Het mooie van vanavond was, dat het ook een beetje een reis door de
jaren 60, 70 en 80 was, met als kern George Harrison van the Beatles,
voor wie dit optreden een ode was. En het mooie van muziek is, dat er
herinneringen aan kleven. Van veel muziek weet ik nog wel ongeveer in
welk jaar het werd gedraaid, omdat ik me er een specifieke gebeurtenis
bij herinner.
En het allermooiste vond ik dat mijn eeuwig favoriete Beatlesnummer op
het laatst ook voorbij kwam: het verstilde, gevoelige 'Here comes the
sun', één van de weinige nummers die door George Harrison geschreven
mocht worden (Lennon en McCartney hadden min of meer het alleenrecht).
Maar wel meteen het allermooiste voor mij! Dit liedje brengt in zijn
simpelheid zo'n enorme grote boodschap: de zon, die iedere dag voor (en
door!) iedereen weer schijnt, ook al ben je hem af en toe ogenschijnlijk
een tijdje kwijt, en dat is alles wat nodig is. Het is een hele vrije
eigen vertaling van mij, maar dit is de essentie. Zo simpel en tegelijk
ook zo moeilijk. Het vertrouwen hebben dat de dingen gaan zoals ze
moeten gaan, zolang je jezelf maar trouw bent en de stappen zet die jouw
pad vormen. Als je dat probeert, ben je het koningschap waardig, wat mij
betreft.
Mijn eigen koning worden XV.
Een mooi beeld: toen ik vanmorgen naar mijn werk fietste zag ik een
groepje van ongeveer zeven mannen met fluorescerend oranje hesjes op een
kluitje bij elkaar staan op een stuk aarde, voetje voor voetje de grond
aan het aanstampend. Er langs fietsend zag ik aan het ritmische patroon
dat zichtbaar was, dat ze al een heel stuk hadden aangestampt.
Opeens moest ik toen denken aan het besef dat me opeens 'overspoelde'
toen ik een jaar of 9 zal zijn geweest: wauw, de hele wereld om mij heen
is opgebouwd door mensen! Mensen hebben dit SAMEN voor elkaar gekregen,
ook al lijkt het bijna onmogelijk. Af en toe komt dat besef weer naar
boven, zoals vanmorgen. Wie schetst mijn verbazing toen ik vanavond
toevallig het Eurovisie Songfestival zag (ik luister graag naar Anouk,
maar vond haar 'Birds' nou niet echt een Songfestivalliedje, dus ik was
niet van plan te kijken dit jaar). En wat is het thema dit jaar: We are
one!! Het ultieme samen zijn!
Het is zo mooi te zien hoe de optelsom van één plus één niet twee, maar
drie, vier of nog meer wordt, op het moment dat er echte samenwerking
plaats vindt. Dat heet synergie, zo'n prachtig woord. Tegenwoordig hoor
je ook het woord co-creatie en synchroniciteit, dat laatste uit het
gelijknamige inspirerende boek van Joseph Jaworski ( wat verder wordt
uitgediept in zijn laatste boek 'Source' -oorsprong). Het komt er op
neer dat als je echt vanuit je eigen (oorspronkelijke) kracht met andere
mensen samenwerkt, er dan een bijzondere chemie ontstaat, die er voor
zorgt dat het geen optelsom van bijdragen wordt, maar meer een
vermenigvuldiging; een exotherme reactie, in chemische terminologie; er
komt letterlijk warmte, energie, vrij.
Dat voelt heel anders dan wanneer mensen samenwerken of samenleven met
continue wrijving; dan ontstaat er weliswaar ook warmte, maar dat slurpt
meer energie, dan dat het oplevert. Dat merk je meteen, dat is niet
prettig. Die hitte stijgt ook meer op naar je hoofd, dan dat het je hele
lichaam, je hele wezen verwarmt, zoals dat bij synergie gebeurt. De
hamvraag is natuurlijk hoe deze synergie te bereiken, want dat lukt je
niet alleen!
Een aantal jaren terug heb ik eens een hele tijd naar een mierenhoop
staan kijken, met groeiende verbazing en verwondering. Deze op het oog
nietige diertjes doen ons eigenlijk voor hoe dat moet; iedere mier heeft
zijn eigen taak en samen bouwen ze stug door aan een immens bouwwerk.
Ze laten zich niet ontmoedigen door tegenslag (een omgevallen boom die
hun pad kruist bijvoorbeeld); stukje voor stukje bouwen ze door, het
einddoel zit hen waarschijnlijk gewoon in de genen, als instinct. Wij
mensen zijn gezegend met een krachtig beeldend vermogen en een wil, waarmee we ons
op onze doelen kunnen focussen. Maar hoe moeilijk is het om in
verbinding met onszelf en anderen, gefocust te blijven, in deze wereld
met talloze afleidingsmogelijkheden...! Toch is dat volgens mij de basis van het
samenwerken en samenleven; de moeite van het proberen waard!
Mijn eigen koning worden XIV.
Vandaag had ik een afspraak in Eindhoven. Ik ging er met de auto heen,
via Venlo, waar ik de kinderen eerst naar school bracht. Omdat ik
vrijwel alle keren dat ik in Eindhoven moest zijn tot nu toe min of meer
verdwaald ben, zelfs met TomTom, had ik me gisteravond goed voorbereid.
Ook omdat sinds enige tijd onze TomTom het definitief niet meer doet,
en ik nog geen zin heb gehad om een nieuwe te kopen. Lang leve Google
maps! Door mijn goede voorwerk, reed ik er bijna blindelings heen.
Victorie.
Het is grappig om er over na te denken hoe dat gaat met het vinden
van routes. Ik rijd al 25 jaar zelf auto, en pas sinds 7 jaar met
TomTom. Toen deze er onlangs mee ophield, voelde ik me redelijk om het
hand, en vroeg ik me opeens af hoe ik dat dan al die jaren had gedaan,
voordat TomTom in mijn leven verscheen. De enige echte verdwaalellende
die ik me kan herinneren, is een zoektocht naar Burgers Zoo in Arnhem,
omdat ik zo eigenwijs was geweest door het centrum heen te rijden, ipv
om Arnhem heen. En Arnhem is de andere stad waar ik altijd
verdwaal...Het erge destijds was dat ik met 3 kleine kinderen in de auto
zat, waarvan 1 een baby, die op een gegeven moment zijn voeding nodig
had. Op het moment dat ik na 3 kwartier rondjes rijden in Oosterbeek
belandde, nam ik me voor dat ik niet meer in de auto zou stappen, totdat
er een navigatiesysteem aanwezig was. Zo was de eerste echte
verdwaalactie ook meteen mijn laatste. Hoewel, zo'n systeem is
natuurlijk geen garantie voor nooit meer verdwalen!
Wat wel meteen duidelijk werd, is de afhankelijkheid die je schept; typ
je per ongeluk een bestemming in, waarvan nog een tweelingbroertje in
een andere provincie blijkt te bestaan en je let niet goed op, dan kom
je bedrogen uit als je blindelings de aanwijzingen van die vriendelijke
stem volgt (DomDom). Je raakt ook het overzicht kwijt, en überhaupt het
besef van waar je bent. Mijn man en ik begonnen ons er op een gegeven
moment aan te storen. Voelden we ons dan aangetast in ons navigeerschap?
Daar leek het wel aan te raken, we kwamen er namelijk achter dat het
'baas zijn' over je eigen route ook bijdraagt in het rijplezier. Een
hele simpele oplossing hiervoor was, om altijd een kaart in de buurt te
hebben, en zover mogelijk naar eigen inzicht te rijden, met de TomTom
als routebewaker op de achtergrond aanwezig. Zeker als je als bestuurder
ook een navigator naast je hebt zitten, werkt dat goed. En bij
dreigende ruzies over verschil in inzicht over de route (vooral handig
tijdens vakanties!) functioneert de TomTom als neutrale scheidsrechter.
Een ander aspect van rijden met een navigatiesysteem, is dat je nooit
meer op onverwachte plekken uitkomt. Ik las er laatst een leuk artikel
over in Trouw. De auteur pleitte voor het nut van verdwalen, waar ik me
erg in kon vinden ( ware het niet dat ik wel een beetje een controlfreak
ben, dus echt verdwalen is -nog?- niet mijn ding). Verdwalen geeft je
de mogelijkheid buiten je gebaande paden, je verwachtingspatroon te
treden, een soort serendipiteit dus; je bent op zoek naar iets en je
vindt per ongeluk iets anders, veel mooiers. Er schijnt zelfs al een speciale verdwaalapp te bestaan. Vandaar dat ik voorlopig
nog geen nieuw navigatiesysteem koop, en optimaal geniet van mijn
alleenheerschappij over de route. Totdat ik mijn volgende
verdwaalellende meemaak...of ga ik die niet meer meemaken omdat die dan
in de categorie 'onbedoeld geluk' gaat vallen...?!
Mijn eigen koning worden XIII.
Sinds kort staat er in ons huis iets waar we jaren naar gehunkerd
hebben: een houtkachel.
Heerlijk, het hele proces van de kachel stoken; houtblokken uit de
opslag halen, klein beginnen en dan langzaamaan een groot vuur laten
ontstaan. Het is een kunst op zich. En als het vuur dan brandt, dan is
het heerlijk om te kijken naar de vlammen, die sierlijk, maar gretig
omhoog laaien, achter de bescherming van het doorzichtige deurtje. En
ook al is het binnen 19 graden, de kachel gaat gewoon aan vanavond!
Naast de warmte die zo'n kachel uitstraalt, brengt het mij ook rust.
Alleen al het kijken naar de vlammen is genoeg om mijn gedachten te
laten stoppen en met mijn volledige aandacht bij dat vuur te zijn. En
die volledige aandacht wordt na een tijdje vanzelf een ander soort
aandacht, bijna een soort half bewustzijn. In elk geval heerlijk
ontspannend en ruimte biedend voor inspiratie; Na zo'n tijdje
'vuurstaren' kan ik weer met andere ogen naar de wereld om mij heen
kijken.
Vuur heeft meerdere kanten; de mens is afhankelijk van het vuur waar hij
zich aan warmt en zijn eten mee kan bereiden. Aan dat vuur kan hij zich
echter ook branden. Daarnaast heeft de mens het innerlijke vuur, zijn
enthousiasme, zijn passie, wat hij in mijn ogen nodig heeft om zich
uiteen te zetten met de wereld. Ook dit innerlijke vuur kan de mens
schade berokkenen, als het ongecontroleerd te hard brandt, maar ook als
het helemaal getemperd is. Dat is echter van buiten af minder goed te
zien dan het 'externe vuur' dat met zichtbare vlammen om zich heen
grijpt. Voor dat laatste hebben we als mensen meer angst dan het eerste, terwijl
het ons waarschijnlijk meer moeite kost om het innerlijk vuur op te
stoken, dan wel te temperen, ofwel de balans te zoeken hierin.
Bij de scouting leer je de perfecte manier van een fikkie stoken en veel
mensen krijgen via BHV opleidingen de nodige vaardigheden in het omgaan
met brand. Maar hoe leer je omgaan met je eigen vuur?? Hoeveel mensen
zijn zich bewust van hun eigen vuurkracht? Moet je eens kijken wat het
doet als er iemand enthousiast binnen komt: hij (of zij) steekt de rest
letterlijk aan met z'n enthousiasme, of roept minimaal een reactie op;
niemand is daar ongevoelig voor. Maar waarom lukt het de ene mens wel om
dat enthousiasme uit te stralen, en de ander niet? En idem met passie:
waarom vindt (en leeft) de ene mens dit moeiteloos, terwijl de ander er
zijn hele leven misschien wel mee worstelt?
Ik moet opeens denken aan het schokkend grote aantal mensen dat
anti-depressiva slikt in Nederland; ongeveer 1 miljoen mensen! Heeft dit
wellicht (ook, deels) te maken met het kwijt zijn van het eigen
vuur...? Het is waarschijnlijk veel complexer dan dat, maar ik zou de
vraag best eens willen neerleggen bij mensen die hier meer zicht op
hebben; wat is de rol van het meester zijn over je eigen vuurkracht, in
relatie tot depressiviteit? Ondertussen blijf ik me maar lekker aan onze
kachel warmen (en binnenkort weer aan de zon!).