Mijn eigen koning worden XXVII.
Mijn rondje door de tuin vanavond vlak voor het donker werd, mondde uit in een stiekeme onkruidverwijderingssessie. Zoals dat vaker gaat als ik naar buiten loop om bijvoorbeeld even iets in de groencontainer te gooien, viel mijn oog op onze rijkelijk groene border aan die kant van het huis. Onze zoon had iemand vandaag heel blij gemaakt met een bosje zelf geknipte lelietjes van Dalen, en ik was wel benieuwd hoeveel er eigenlijk nog stonden na zijn uitdunactie. Zoonlief kennende houdt hij niet van half werk...Tot mijn opluchting stonden er nog veel van die prachtige, tere, fijn gevormde bloemetjes, veelal ook verstopt tussen het andere oprukkende groen.
Dat oprukkende ruimte vullende groen leek in eerste instantie volledig te passen in de oorspronkelijke vegetatie van de border in kwestie. Toen ik toch wat beter ging kijken met welke types onze lieve lelietjes van Dalen zich ophielden, zag ik tot mij schrik dat er toch wat ongenode gasten tussen gekropen waren. En niet de kleinste en subtielste soorten! Zo stonden er opeens verscheidene bosjes met Look zonder look. Dit plantje heeft toch eigenlijk wel een speciale plek in mijn hart. Ik weet nog goed dat ik het voor het eerst in onze tuin ontdekte en hoe ik het zorgvuldig liet staan, omdat ik zo onder de indruk was van de ragfijne witte bloemetjes. Het combineert ook mooi met de lelietjes van Dalen. Tot mijn verbazing groeiden al die subtiele plantjes maar door en door, tot ze uiteindelijk boven alle anderen uit troonden met wel bijna een meter hoogte, waarbij de onderste bladeren aan de stengel behoorlijk groot waren geworden, en met veel zaadjes...
Een zelfde soort verhaal geldt voor de Bosanemoon. Het eerste jaar was ik gecharmeerd van het mooie ingesneden blad en de subtiele witte bloemetjes, met dat hele kleine gele hartje. Totdat deze plant zich werkelijk overal naar toe verspreidde, en de andere planten ging overwoekeren. Toen moesten er toch wat beperkende maatregelen worden getroffen. Ja, en dan de lange grashalmen, in al zijn verschijningsvormen. Ik sta er altijd weer van te kijken dat het al bloeit voordat ik het heb ontdekt. En gras is echt geniepig, in de zin dat het altijd wortelt tussen de planten waar je extra zuinig op bent, zoals de vorig jaar geplante Hortensia's en dan het liefst ook nog echt om de takken heen op de plek waar ze uit de aarde komen.
Nadat ik hier weer bij stil had gestaan, heb ik deze ongenode gasten toch opgepakt en gedoneerd aan de groenbak, waardoor ze straks als compost een tweede leven tegemoet kunnen gaan. En eigenlijk werkt het met alle materie om je heen ook wel zo; er verschijnt continu materie om je heen, deels gewenst en deels ongewenst. Je kunt heel rigoureus alle ongewenste zaken uit je leven bannen, maar dan loop je ook de 'gelukkige toevallen' mis. Zo heb ik nu een hele tuin vol met vergeet-mij-nietjes bijvoorbeeld. Je kunt ook alles willen bewaren, want "je weet maar nooit wanneer het ooit van pas komt". Ja, maar intussen ligt je zolder vol oude troep en kun je je schooldiploma er niet meer tussen vinden, op het moment dat je dat net nodig hebt.
Ook hier geldt de kunst van zelf het midden zoeken, en datgene aan materie om je heen te hebben, wat bij jou past. En niet dat het past, omdat je nu eenmaal een verzamelaar bent, maar dat het past, omdat jij je daar fijn bij voelt. Ik stond altijd te boek als sloddervos en als iemand die moeilijk afscheid nam van spullen. Het grappige is, dat dat in de loop van de jaren enorm veranderd is - en een dynamisch huishouden met kinderen in een huis met niet al te veel bergruimte heeft daar ook een zekere dwingende rol in gespeeld-, maar dat mensen die mij nog van vroeger kennen, mij nog steeds door die bril bekijken. Eerlijk toegegeven, een steriel huis zal ik nooit krijgen, ik heb gewoon bij veel op het eerste oog onbenullige spulletjes wel een verhaal. Maar in tegenstelling tot mijn vroegere habitat, waar het gehalte aan 'ongenode gasten' echt te hoog was, voel ik me nu (meestal) erg prettig in mijn huidige huis, waar wel een zekere vorm van 'immigrantenbeleid' heerst en dat is het grote verschil. En dat zie je mooi weerspiegeld in onze tuin! Hee, had ik niet al eerder een blog geschreven over de natuur als spiegel...?!
Mijn eigen koning worden XXVI.
Vanwege gebrek aan inspiratie en energie, blog ik vandaag een inspirerend verhaal dat ik laatst via Twitter oppikte en dat zo mooi de beperkingen van ons oordeel laat zien:
Een boer woont in een arm dorpje. Hij wordt door iedereen beschouwd als rijk, want hij heeft een paard dat hij gebruikt om mee te ploegen. Op een dag gaat het paard ervandoor. Zijn buurman vindt het vreselijk, maar de boer zegt alleen maar: “Wat is pech en wat is geluk?”
Een paar dagen later komt het paard terug. Het brengt ook nog een wild paard mee. Zijn buurman vindt dat de boer veel geluk heeft gehad, maar de boer zegt alleen: “Wat is geluk en wat is pech?”
De volgende dag probeert de zoon van de boer op het wilde paard te rijden. Het paard werpt hem af en de zoon breekt een been. De buurman toont zijn medeleven, maar de boer zegt opnieuw: “Wat is pech en wat is geluk?”
Een week later komen militairen naar het dorp om jonge mannen te recruteren voor de verplichte dienst. De zoon van de boer willen ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. De buurman laat weten dat hij toch wel geluk heeft gehad, maar de boer zegt weer: “Wat is geluk en wat is pech?”
(Zie ook: http://www.voorpositiviteit.nl/176-is-geluk/)
Mijn eigen koning worden XXV.
Uitgeput na een dag vol indrukken in de Efteling, vraag ik me af waarom we en masse zo'n pretpark bezoeken. Hoewel, voor sommigen is het een bezoeking :-) Ik moest er ook jaren niets van hebben en mijn kinderen werden meewarig aangekeken als ze vertelden dat ze nog nooit in de Efteling waren geweest. Maar, soms is het goed eens van je principes af te stappen, en zo togen wij vanmorgen in een touringcar vol met buurtgenoten op weg naar Kaatsheuvel.
We hadden geluk met het weer en met het relatief lage aantal bezoekers, dus dat begon al goed. Omdat ons gezin een mix is van 'durfallen' en -laten we zeggen- voorzichtigere types, splitsten we ons na de droomvlucht op; de ene helft ging griezelen en gillen in allerlei attracties met een hoog desoriënterend karakter, terwijl de andere helft ging genieten van de magie van mooie vergezichten, sprookjes en meerkoetnestjes aan de waterkant.
En zowaar, ik ben gaan begrijpen wat al die mensen er toe brengt om zo'n massa-activiteit op te zoeken. Want wat was het heerlijk om me mee te laten voeren naar een droomwereld, gevuld met elfjes, kaboutertjes en mooie natuur; mijn ratio die me normaal gesproken voorhoudt dat het allemaal nep is, had ik op de parkeerplaats achtergelaten (volgens mij komt dat onder meer doordat je begeleid door muziek naar het mooie entreegebouw loopt), dus ik keek rond met de blik van een kind; heerlijk!
Toen we nog kind waren was onze wereld nog veel meer gevuld met magie dan nu we volwassen zijn; Sinterklaas en de Paashaas waren levensecht, sprookjes leefden en de grotemensenwereld was nog ver weg. En wat was dat een heerlijke, zorgeloze tijd. Maar kleine mensen worden groot en helaas verliezen we dan vaak het meeste van de magie uit onze kindertijd. Behalve in de Efteling, daar kunnen we dat weer voelen, als we willen. En omdat alléén de magie een beetje soft is, is de combinatie met kicks krijgen een hele logische: een ander gevoel uit de kindertijd is de euforie van het overwinnen van iets; de eerste keer fietsen zonder zijwieltjes, het halen van je zwemdiploma, van de hoge duikplank durven, je eerste vriendje, etc.
Dan rijst bij mij de vraag: kennelijk hebben we dus toch de behoefte deze magie en 'kicks' te ervaren, waarom proberen we dat dan niet in ons dagelijkse leven voor elkaar te krijgen?! Dus niet alleen via Efteling, reizen naar verre oorden en spannende activiteiten zoals bijvoorbeeld bungee jumpen. Het antwoord is volgens mij omdat dit innerlijke activiteit van ons vergt. Het is vele malen gemakkelijker dit 'passief' te ondergaan op boven beschreven manieren, dan om in jezelf op zoek te gaan naar de manier waarop jij zelf de magie en de 'kicks' in je leven (terug) krijgt. Het klinkt ook veel leuker op Facebook of bij een verjaardag om te vertellen van je bezoek aan de Efteling, dan opgewonden te vertellen dat je vandaag de rododendrons betoverend mooi hebt zien bloeien en dat dat je een 'kick' gaf...
Mijn eigen koning worden XXIV.
Vanavond heb ik naar een prachtige film gekeken, "Chocolat" met Johnny Depp als een mooie 'zwerver, levend op een boot', die zich nergens wil vestigen omdat hij dan aan de verwachtingen van anderen moet gaan voldoen. Hoofdpersoon is een vrouw die ook van plek naar plek trekt, net als haar moeder, haar oma, en al de vrouwen voor hen. Haar doel is om mensen kennis te laten maken met de geneeskracht van chocola en om mensen te helpen.
Ik vind het een geweldige film, los van het feit dat ik gek op chocolade ben; hij laat zoveel van de menselijke eigenschappen zien, en wat we elkaar en onszelf aandoen, door niet onze passie te volgen, door onszelf niet trouw te zijn. Tegelijk laat hij ook hoop en vertrouwen doorschemeren. Deze film maakt op mij net zoveel indruk als de film "as it is in heaven"; daar wijd ik vast over niet te lange tijd ook een blog aan.
Daarom vandaag een korte blog, want de kern van de film wil ik graag vasthouden: het gaat er niet om wat we ons ontzeggen, wat we laten, wat we niet doen...het gaat er om wat we omarmen!
Mijn eigen koning worden XXIII.
De blog die ik gisteren schreef en de reacties erop heeft me geïnspireerd om nog wat dieper door te gaan op het waarom van dingen doen. Het zit zo in onze patronen ingebakken dat we iemand beoordelen op zijn of haar daden: als je jezelf ergens voorstelt is het bijna normaal dat je in een adem door je naam en je beroep noemt. Mensen roepen vaak dat ze het zo druk hebben, en stiekem vinden ze dat fijn, want dat klinkt zo goed. Jezelf vervelen schijnt niet meer te mogen of zelfs te kunnen, we worden continu geprikkeld door dingen die we kunnen doen...
Het doen geeft ook volDOENing, we maken ons nuttig, maar is dat vaak niet een misplaatst gevoel; houden we onszelf er niet mee voor de gek?! Het doen kan ook een afleiding zijn voor iets anders dat eigenlijk in ons is, maar waarmee we (nog) niet zo goed raad weten. Dat klinkt mysterieuzer dan het is. Door continu in de actieve doe-modus te leven, gunnen we ons niet de rust om in het NU te zijn, contact te maken met wie we in werkelijkheid zijn. Dat zijn we meestal niet meer gewend, dus kan dat beangstigend zijn, en dus voelt het prettiger dat gevoel -bewust, dan wel onbewust- te vermijden, door vooral lekker door te rennen. Dat geeft toch een enorme kick?!
Als we te zijner tijd terugblikken op ons leven, kan de vraag zijn wat we allemaal bereikt hebben, wat we gedaan hebben. Als ik dat in het klein alvast aan het eind van de dag oefen, dan valt me op, dat die daden heel snel vervliegen in mijn herinnering. Wat veel meer blijft hangen, is wie ik geweest ben; kon ik er volledig zijn voor die vriendin die steun nodig had, kon ik begrip opbrengen voor die collega met die lastige vraag, kon ik onvoorwaardelijk mijn kind liefhebben, ook al kwam hij thuis met een gat in zijn nieuwe broek?
Het valt mij op, dat des te meer 'ademtijd' ik heb, des te gerichter en bewuster mijn daden zijn, en van andere aard dan 'even snel scoren'. Ik heb me eerder verdiept in time management en allerlei trucs om meer te kunnen doen met de tijd die ik had. Tot op zekere hoogte levert dat best wat op. De gouden vondst was echter, dat als ik ruimte neem om bewust even niets te doen, ik er de 'verloren tijd' dubbel en dwars mee terugverdien; ik kan dan meer werken vanuit een soort flow. Letterlijk geval van niets-nut dus! In de hectiek van het dagelijkse leven is het voor mij toch steeds een uitdaging om af en toe even terug te houden, het blijft een zoektocht, ik lijk wel een mens ;-)
Mijn eigen koning worden XXII.
In mijn blog van gisteren kwam het toeschouwer zijn ter sprake. Een ander aspect van het toeschouwer zijn, is de impuls die het op kan roepen om iets te gaan doen. Dit wordt mooi beschreven in het boek van Jan Terlouw, Zoektocht in Katoren, dat ik toevallig (of niet) aan het voorlezen ben aan één van onze kinderen. Koss, de hoofdpersoon, is al weken op zoek naar iemand, en ziet in elke stad waar hij komt wonderbaarlijke dingen. Op een gegeven moment komt hij tot het besef dat hij tot dan toe alleen toeschouwer is geweest, hij heeft niets gedaan om de situaties die hij tegenkwam te veranderen. Hij stelt zich dan de vraag of het niet tijd wordt dat hij in actie komt.
Dit is zo'n herkenbaar dilemma voor mij! Ik kom regelmatig dingen tegen, waarvan ik vind dat het anders zou kunnen en heb dan de neiging daar actief wat aan te gaan doen. Het begon al met mijn studiekeuze destijds: Scheikundige Technologie aan de TU in Delft, met het idee Biotechnologie te kiezen, zodat ik kon gaan bijdragen aan een milieuvriendelijkere manier van omgaan met de aarde. Dat is er op die manier nooit van gekomen, ik ben na een jaar Scheikunde gaan studeren in Leiden en ben afgestudeerd in de Biochemie. De chemie van het leven, dat had mijn interesse en graag wilde ik mee gaan helpen ziektemechanismen te gaan ontrafelen. Na mijn promotietijd op een moleculair biologisch lab, verbonden aan een Rotterdams ziekenhuis was mijn idealisme al weer getemperd door realisme; onderzoek was toch niet helemaal mijn ding: na zoveel jaar ben je dan zo weinig opgeschoten op de vierkante millimeter van dat vakgebied...
Inmiddels ben ik al zo'n vijftien jaar actief in de klinische chemie, een prachtig vak, dat er toe bijdraagt dat artsen een diagnose kunnen uitsluiten of bevestigen, een prognose kunnen geven en een ziekteverloop kunnen volgen. Ik doe dit met veel plezier, maar ook hier zie ik natuurlijk regelmatig zaken waarvan ik vind dat het anders zou kunnen. En dan is steeds de vraag: hoeveel is het me waard om hier extra tijd in te investeren? Tot nu toe was die vraag heel snel beantwoord: als moeder van 3 kinderen, een drukke parttime functie met zowel vakinhoud als management, en een echtgenoot die ook nog wel eens wil kunnen werken houd ik weinig tijd over voor dit soort 'hobbies'.
En toch wringt het weleens, als ik de succesverhalen van anderen lees. Mijn eerste reactie is altijd dat ik een beetje jaloers ben dat ik dat niet heb gedaan. Mijn tweede reactie is dat ik me mijn grenzen besef, qua tijd, maar ook qua persoon; ik ben meer een creatieve denker dan een doener. En dan ben ik blij dat een ander het heeft gedaan. Een mooie tweet van vandaag sluit daar prachtig op aan: @janbommerez: "The key to effortless creating is... doing no effort. Amazing isn't it? Creation is done through us, not by us. Get out of the way and enjoy". Wat een opluchting! Mijn eigen oordeel dus loslaten en mijn weg blijven volgen. Was dit een restje Calvinisme in mij dat ik nog kwijt moest?! Ik ben benieuwd wat Koss gaat doen...!
Mijn eigen koning worden XXI.
Vanavond waren we met ons leesclubje bijeen. We zijn al een tijd bezig met het boek 'tijdgenoten onderweg' van Christine Gruwez, en het bijbehorende werkboekje. Het thema van het boek gaat over hoe om te gaan met alle gebeurtenissen die we dagelijks om ons heen en via de media zien gebeuren. Hoe dit alles je het gevoel van machteloze toeschouwer kan geven en dat er een weg mogelijk is om je hiervan te bevrijden en tijdgenoot te worden. We hadden allemaal hooggespannen verwachtingen, en nu, ruim een jaar later, vroegen we ons af wat het ons tot nu toe heeft opgeleverd.
Dat bleek nog niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen. Het liefst zouden we een makkelijk meetbaar resultaat willen hebben, maar dat is waarschijnlijk hetzelfde als het willen meten hoe assertief iemand is geworden na een weerbaarheidstraining. Wat het boekje ons duidelijk wil maken, is dat een oordeel vellen heel makkelijk lijkt, op het eerste gezicht. Maar dat als je verder kijkt, er vaak meerdere blikrichtingen zijn, waardoor een duidelijke scheidslijn tussen twee kanten steeds waziger wordt. Het gevolg is dat daardoor het vellen van een oordeel moeilijk en soms zelfs overbodig wordt.
In deze tijd waarin van mensen min of meer verwacht wordt overal een mening en een oordeel over klaar te hebben, voelt dat misschien een beetje tegenstrijdig, in eerste instantie. Je telt al snel niet echt mee als je niet je mening ventileert, en de mensen met de grootste mond krijgen vaak de meeste steun. Onze huidige politiek laat daar veelvuldig voorbeelden van zien. Het is een teken van daadkracht, van sterk leiderschap als je je oordeel snel klaar hebt; dat geeft duidelijkheid.
Dat klopt helemaal. De vraag is of duidelijkheid ook altijd recht doet aan alle partijen, alle kanten van een kwestie. Hoe eerlijk is die duidelijkheid? Een mooi voorbeeld dat vanavond werd genoemd is de vraag om rehabilitatie van mannen, die destijds weigerden te gaan vechten in Nl-Indië. Een lange tijd werden die afgeschilderd als landverraders. Inmiddels is er veel meer informatie beschikbaar gekomen en is de nationale mening 180 graden gewijzigd. En er zijn natuurlijk veel meer voorbeelden te verzinnen. Waarom blijven we dan nog steeds vasthouden aan het snelle oordeel? We leren dat zelfs al aan kinderen op de lage school...
Een verklaring die ik ervoor heb, is dat door snel een oordeel te hebben, we snel een etiketje kunnen plakken: goed of fout, vies of lekker, fijn of niet fijn, etc. Daarmee is de zaak afgehandeld en hoeven we er verder niet meer over na te denken. Het is daardoor ook wel een veilige manier om om te gaan met de wereld om ons heen. De vraag is hoe bewust we ervan zijn dat we dit zo doen. Misschien is het een idee om 1 keer per jaar een oordeelloze zondag in te voeren...als eerste stap!