Mijn eigen koning worden XV.
Een mooi beeld: toen ik vanmorgen naar mijn werk fietste zag ik een
groepje van ongeveer zeven mannen met fluorescerend oranje hesjes op een
kluitje bij elkaar staan op een stuk aarde, voetje voor voetje de grond
aan het aanstampend. Er langs fietsend zag ik aan het ritmische patroon
dat zichtbaar was, dat ze al een heel stuk hadden aangestampt.
Opeens moest ik toen denken aan het besef dat me opeens 'overspoelde'
toen ik een jaar of 9 zal zijn geweest: wauw, de hele wereld om mij heen
is opgebouwd door mensen! Mensen hebben dit SAMEN voor elkaar gekregen,
ook al lijkt het bijna onmogelijk. Af en toe komt dat besef weer naar
boven, zoals vanmorgen. Wie schetst mijn verbazing toen ik vanavond
toevallig het Eurovisie Songfestival zag (ik luister graag naar Anouk,
maar vond haar 'Birds' nou niet echt een Songfestivalliedje, dus ik was
niet van plan te kijken dit jaar). En wat is het thema dit jaar: We are
one!! Het ultieme samen zijn!
Het is zo mooi te zien hoe de optelsom van één plus één niet twee, maar
drie, vier of nog meer wordt, op het moment dat er echte samenwerking
plaats vindt. Dat heet synergie, zo'n prachtig woord. Tegenwoordig hoor
je ook het woord co-creatie en synchroniciteit, dat laatste uit het
gelijknamige inspirerende boek van Joseph Jaworski ( wat verder wordt
uitgediept in zijn laatste boek 'Source' -oorsprong). Het komt er op
neer dat als je echt vanuit je eigen (oorspronkelijke) kracht met andere
mensen samenwerkt, er dan een bijzondere chemie ontstaat, die er voor
zorgt dat het geen optelsom van bijdragen wordt, maar meer een
vermenigvuldiging; een exotherme reactie, in chemische terminologie; er
komt letterlijk warmte, energie, vrij.
Dat voelt heel anders dan wanneer mensen samenwerken of samenleven met
continue wrijving; dan ontstaat er weliswaar ook warmte, maar dat slurpt
meer energie, dan dat het oplevert. Dat merk je meteen, dat is niet
prettig. Die hitte stijgt ook meer op naar je hoofd, dan dat het je hele
lichaam, je hele wezen verwarmt, zoals dat bij synergie gebeurt. De
hamvraag is natuurlijk hoe deze synergie te bereiken, want dat lukt je
niet alleen!
Een aantal jaren terug heb ik eens een hele tijd naar een mierenhoop
staan kijken, met groeiende verbazing en verwondering. Deze op het oog
nietige diertjes doen ons eigenlijk voor hoe dat moet; iedere mier heeft
zijn eigen taak en samen bouwen ze stug door aan een immens bouwwerk.
Ze laten zich niet ontmoedigen door tegenslag (een omgevallen boom die
hun pad kruist bijvoorbeeld); stukje voor stukje bouwen ze door, het
einddoel zit hen waarschijnlijk gewoon in de genen, als instinct. Wij
mensen zijn gezegend met een krachtig beeldend vermogen en een wil, waarmee we ons
op onze doelen kunnen focussen. Maar hoe moeilijk is het om in
verbinding met onszelf en anderen, gefocust te blijven, in deze wereld
met talloze afleidingsmogelijkheden...! Toch is dat volgens mij de basis van het
samenwerken en samenleven; de moeite van het proberen waard!
Ghandi: onze grootsheid zit niet in het veranderen van de wereld maar in het veranderen van onszelf. De briefing voor de koning (Manfred van Doorn) is een oproep aan WA om waarlijk koning te worden en voor mij ook een oproep om koning over mijzelf, onszelf, te worden. Daarom schrijf ik regelmatig een blog over 'koning worden'. Zo hoop ik mijzelf en anderen te inspireren in het koningschap, zoals ik zelf ook door anderen word geïnspireerd; een continu proces, los van tijd en plaats.
woensdag 15 mei 2013
maandag 13 mei 2013
Koning op de weg
Mijn eigen koning worden XIV.
Vandaag had ik een afspraak in Eindhoven. Ik ging er met de auto heen, via Venlo, waar ik de kinderen eerst naar school bracht. Omdat ik vrijwel alle keren dat ik in Eindhoven moest zijn tot nu toe min of meer verdwaald ben, zelfs met TomTom, had ik me gisteravond goed voorbereid. Ook omdat sinds enige tijd onze TomTom het definitief niet meer doet, en ik nog geen zin heb gehad om een nieuwe te kopen. Lang leve Google maps! Door mijn goede voorwerk, reed ik er bijna blindelings heen. Victorie.
Het is grappig om er over na te denken hoe dat gaat met het vinden van routes. Ik rijd al 25 jaar zelf auto, en pas sinds 7 jaar met TomTom. Toen deze er onlangs mee ophield, voelde ik me redelijk om het hand, en vroeg ik me opeens af hoe ik dat dan al die jaren had gedaan, voordat TomTom in mijn leven verscheen. De enige echte verdwaalellende die ik me kan herinneren, is een zoektocht naar Burgers Zoo in Arnhem, omdat ik zo eigenwijs was geweest door het centrum heen te rijden, ipv om Arnhem heen. En Arnhem is de andere stad waar ik altijd verdwaal...Het erge destijds was dat ik met 3 kleine kinderen in de auto zat, waarvan 1 een baby, die op een gegeven moment zijn voeding nodig had. Op het moment dat ik na 3 kwartier rondjes rijden in Oosterbeek belandde, nam ik me voor dat ik niet meer in de auto zou stappen, totdat er een navigatiesysteem aanwezig was. Zo was de eerste echte verdwaalactie ook meteen mijn laatste. Hoewel, zo'n systeem is natuurlijk geen garantie voor nooit meer verdwalen!
Wat wel meteen duidelijk werd, is de afhankelijkheid die je schept; typ je per ongeluk een bestemming in, waarvan nog een tweelingbroertje in een andere provincie blijkt te bestaan en je let niet goed op, dan kom je bedrogen uit als je blindelings de aanwijzingen van die vriendelijke stem volgt (DomDom). Je raakt ook het overzicht kwijt, en überhaupt het besef van waar je bent. Mijn man en ik begonnen ons er op een gegeven moment aan te storen. Voelden we ons dan aangetast in ons navigeerschap? Daar leek het wel aan te raken, we kwamen er namelijk achter dat het 'baas zijn' over je eigen route ook bijdraagt in het rijplezier. Een hele simpele oplossing hiervoor was, om altijd een kaart in de buurt te hebben, en zover mogelijk naar eigen inzicht te rijden, met de TomTom als routebewaker op de achtergrond aanwezig. Zeker als je als bestuurder ook een navigator naast je hebt zitten, werkt dat goed. En bij dreigende ruzies over verschil in inzicht over de route (vooral handig tijdens vakanties!) functioneert de TomTom als neutrale scheidsrechter.
Een ander aspect van rijden met een navigatiesysteem, is dat je nooit meer op onverwachte plekken uitkomt. Ik las er laatst een leuk artikel over in Trouw. De auteur pleitte voor het nut van verdwalen, waar ik me erg in kon vinden ( ware het niet dat ik wel een beetje een controlfreak ben, dus echt verdwalen is -nog?- niet mijn ding). Verdwalen geeft je de mogelijkheid buiten je gebaande paden, je verwachtingspatroon te treden, een soort serendipiteit dus; je bent op zoek naar iets en je vindt per ongeluk iets anders, veel mooiers. Er schijnt zelfs al een speciale verdwaalapp te bestaan. Vandaar dat ik voorlopig nog geen nieuw navigatiesysteem koop, en optimaal geniet van mijn alleenheerschappij over de route. Totdat ik mijn volgende verdwaalellende meemaak...of ga ik die niet meer meemaken omdat die dan in de categorie 'onbedoeld geluk' gaat vallen...?!
zondag 12 mei 2013
Vuurkracht
Mijn eigen koning worden XIII.
Sinds kort staat er in ons huis iets waar we jaren naar gehunkerd hebben: een houtkachel. Heerlijk, het hele proces van de kachel stoken; houtblokken uit de opslag halen, klein beginnen en dan langzaamaan een groot vuur laten ontstaan. Het is een kunst op zich. En als het vuur dan brandt, dan is het heerlijk om te kijken naar de vlammen, die sierlijk, maar gretig omhoog laaien, achter de bescherming van het doorzichtige deurtje. En ook al is het binnen 19 graden, de kachel gaat gewoon aan vanavond!
Naast de warmte die zo'n kachel uitstraalt, brengt het mij ook rust. Alleen al het kijken naar de vlammen is genoeg om mijn gedachten te laten stoppen en met mijn volledige aandacht bij dat vuur te zijn. En die volledige aandacht wordt na een tijdje vanzelf een ander soort aandacht, bijna een soort half bewustzijn. In elk geval heerlijk ontspannend en ruimte biedend voor inspiratie; Na zo'n tijdje 'vuurstaren' kan ik weer met andere ogen naar de wereld om mij heen kijken.
Vuur heeft meerdere kanten; de mens is afhankelijk van het vuur waar hij zich aan warmt en zijn eten mee kan bereiden. Aan dat vuur kan hij zich echter ook branden. Daarnaast heeft de mens het innerlijke vuur, zijn enthousiasme, zijn passie, wat hij in mijn ogen nodig heeft om zich uiteen te zetten met de wereld. Ook dit innerlijke vuur kan de mens schade berokkenen, als het ongecontroleerd te hard brandt, maar ook als het helemaal getemperd is. Dat is echter van buiten af minder goed te zien dan het 'externe vuur' dat met zichtbare vlammen om zich heen grijpt. Voor dat laatste hebben we als mensen meer angst dan het eerste, terwijl het ons waarschijnlijk meer moeite kost om het innerlijk vuur op te stoken, dan wel te temperen, ofwel de balans te zoeken hierin.
Bij de scouting leer je de perfecte manier van een fikkie stoken en veel mensen krijgen via BHV opleidingen de nodige vaardigheden in het omgaan met brand. Maar hoe leer je omgaan met je eigen vuur?? Hoeveel mensen zijn zich bewust van hun eigen vuurkracht? Moet je eens kijken wat het doet als er iemand enthousiast binnen komt: hij (of zij) steekt de rest letterlijk aan met z'n enthousiasme, of roept minimaal een reactie op; niemand is daar ongevoelig voor. Maar waarom lukt het de ene mens wel om dat enthousiasme uit te stralen, en de ander niet? En idem met passie: waarom vindt (en leeft) de ene mens dit moeiteloos, terwijl de ander er zijn hele leven misschien wel mee worstelt?
Ik moet opeens denken aan het schokkend grote aantal mensen dat anti-depressiva slikt in Nederland; ongeveer 1 miljoen mensen! Heeft dit wellicht (ook, deels) te maken met het kwijt zijn van het eigen vuur...? Het is waarschijnlijk veel complexer dan dat, maar ik zou de vraag best eens willen neerleggen bij mensen die hier meer zicht op hebben; wat is de rol van het meester zijn over je eigen vuurkracht, in relatie tot depressiviteit? Ondertussen blijf ik me maar lekker aan onze kachel warmen (en binnenkort weer aan de zon!).
zaterdag 11 mei 2013
Spelend(er)wijs
Mijn eigen koning worden XII.
Als 's avonds het 'stof van de dag' is neergedaald en ik zit, zoals vanavond, eens rustig de woonkamer te bekijken, valt mijn oog op 2 enorme bouwwerken die de kinderen hebben gemaakt. Ze gebruiken daar echt alles voor wat ze maar aan speelgoed hebben: een houten kasteel, aangekleed met meubilair uit het poppenhuis en bewoond door playmobilmensen, en een imposant gebouw gemaakt van kaplablokjes, op dezelfde manier bewoonbaar gemaakt. Ze hebben daar al minstens 2 dagen intensief mee gespeeld. Eerst de opbouwfase, compleet met onderhandelingen (en de nodige ruzies natuurlijk) over alle materialen. En vervolgens worden er urenlange voorstellingen gespeeld waarnaar ik af en toe stiekem luister, waarbij ik allerlei taferelen uit ons dagelijkse leven voorbij hoor komen ("nou wordt de koning gekroond").
Wat een ongelofelijke speelenergie hebben de kinderen, heerlijk! We houden ons huis graag een beetje overzichtelijk, dus wordt er aan het eind van de dag even samen opgeruimd. Maar dit soort grote bouwwerken mogen langer blijven staan, als een soort stille getuigen van de dynamiek die er overdag omheen heeft geheerst. Een dynamiek die los staat van enig tijdsbesef en die node wordt onderbroken door een plaspauze of een fourrageerstop. Maar die dynamiek kan ook opeens afgelopen zijn, als één van de spelers opeens naar buiten wil bijvoorbeeld.
Soms verlang ik een beetje terug naar de tijd dat ik ook zo opging in mijn spel. Ik kan het me niet goed meer herinneren, en wanneer ben ik er mee gestopt? Want ja, ik ben er mee gestopt; er zijn volgens mij vrijwel geen momenten meer dat ik me niet bewust ben van de tijd, als ik volledig opga in mijn bezigheden. Uitzondering daarop is de nacht, als ik slaap, en ehhh, erg om toe te geven, ook wel enigszins als ik met internet bezig ben! Dit zijn toestanden waarbij ik niet meer bewust 'de touwtjes' in handen houd: tijdens de slaap al helemaal niet.
Hoe belangrijk zijn dat soort 'out of control' momenten eigenlijk? Als ik de kinderen zo zie spelen voelt dat totaal niet als tijdsverkwisting, terwijl ik dat bij mezelf wel voel als ik in hun plaats zou staan. Wat gebeurt er tijdens het spelen? Ik ben geen specialist op dat gebied en heb ook 'homo ludens' (Johan Huizinga, 1938) niet gelezen. Maar als leek en als ouder zie ik veel gebeuren tijdens het spel. Het meest fascinerende is misschien nog wel dat enerzijds wordt gespeeld vanuit een individuele interesse, het enthousiasme. Anderzijds wordt een stukje, het tijdsbesef, losgelaten. Is het door dit 'kiertje in de gordijnen' dat er iets naar binnen kan komen wat op een andere manier niet, of moeilijk, tot ons komt?! Dat pleit ervoor om me toch weer eens lekker mee te laten gaan in het spel van de kinderen. Ik ben benieuwd!
vrijdag 10 mei 2013
De chemie van het opvoeden
Mijn eigen koning worden XI.
Ik weet nog heel goed dat ik thuiskwam uit het ziekenhuis, na de geboorte van ons eerste kind. Er was een tekort aan kraamhulpen en daardoor kregen wij in een half uurtje een spoedcursus 'hoe kom ik de eerste nacht door met mijn baby'. Wat voelden wij ons als kersverse ouders enorm onzeker en verantwoordelijk voor dat kleine hummeltje. Op mijn 30e nog steeds met studie en opleiding bezig, maar voor het allerbelangrijkste in mijn leven had ik nooit les gehad. En mijn 'moedergen' was niet spontaan geactiveerd door de bevalling, voor zover ik dat kon beoordelen.
Die eerste nacht zijn we natuurlijk wel door gekomen en inmiddels zijn we bijna 13 jaar verder en nog 2 van die wonderen rijker. Maar dat is natuurlijk niet vanzelf gegaan. En nog steeds houdt die vraag mij bezig: hoe is het mogelijk dat we op school alle basale kennis leren, terwijl we zoiets belangrijks als opvoeding maar zelf uit moeten vinden?! Ik kan me zo voorstellen dat de opvoeding vroeger mee vorm gegeven werd door de oma's, zussen en tantes, maar die tijd is voor veel van mijn generatiegenoten voorbij. Gelukkig, zou ik eigenlijk willen zeggen, ook denkend aan wat ik schreef in mijn blog over Vrijheid (blog VI); als de familie zich er te veel mee bemoeit, krijgen de ouders niet de kans het op hun eigen manier te doen. Dat is dus de prijs voor deze 'vrijheid', dat je het dan dus zelf mag gaan uitzoeken.
In onze zoektocht naar het op de goede manier invulling geven aan ons ouderschap, hebben mijn man en ik heel veel waardevolle bagage in onze rugzak verzameld. Het meest bijzondere vond ik het moment dat ik me besefte, dat ik me nooit zo zou hebben ontwikkeld, als ik geen kinderen had. Weliswaar met de nodige weerstand van mijn kant, hebben mijn kinderen toch bijgedragen aan mijn eigen ontwikkeling, door de spiegels die ze me dagelijks voorhouden. Wie voedt eigenlijk wie op?! Dat pleit misschien wel voor een extra module, voorafgaand aan die over opvoeding: de module 'persoonlijke ontwikkeling'. Dan verloopt de module 'opvoeding' waarschijnlijk veel efficiënter.
Als ik me dan voorstel hoe al die modules er uit moeten komen te zien, voorzie ik toch wat problemen; er zijn veel verschillende inzichten over opvoeding. Hoe weet je als leek (lees: als pre-ouder) nu welke methode je het meest aanspreekt? En zo'n module persoonlijke ontwikkeling: dat voelt als een cursus beeldhouwen op papier...Mmmm. En als je het idee hebt dat kinderen misschien wel hun eigen ouders uitkiezen, dan geeft dat al weer een stuk meer rust; ze zullen je in elk geval niet selecteren op je score voor de eventueel gevolgde cursus opvoeding. Toch niet zo slecht dus, deze 'training on the job'?!
Opvoeden is niet iets wat je in 1 keer goed kan doen. Het gaat volgens mij om het proces van de continue transformatie die kind en ouder bij elkaar te weeg brengen. Een soort chemie van het opvoeden, zou je kunnen zeggen. En volgens mij is het allerbelangrijkste de intentie waarmee je als ouder de taak als opvoeder oppakt. Als het je lukt naar je kind te kijken als een aan jouw toevertrouwd mensje, die je met liefde, warmte, vertrouwen en in veiligheid mee mag helpen zijn of haar plekje te vinden in de wereld, en die meteen ook jouw leermeester is, dan heb je de goede ingrediënten in huis om dit proces op de juiste manier te begeleiden. Met zo'n basis kun je heel veel kanten op!
donderdag 9 mei 2013
Hemelvaartbeeld
Mijn eigen koning worden X.
Toen ik een kind was woonden wij in een klein dorp aan een meer. Met Hemelvaart stonden we altijd heel vroeg op om te gaan dauwvaren met onze zeilvereniging. Het was dan nog bijna donker en het was altijd erg koud en meestal stond er nog geen wind, dus werden we vanzelf warm door het peddelen. Zodra er een beetje wind kwam, werden de peddels opgeborgen en dobberden we zachtjes naar een afgesproken plek. Dat was een houten huisje, aan het oog onttrokken door een rietkraag, waar we aanlegden voor thee met kaneelbeschuitjes. Weer terug bij de zeilvereniging stond er dan een ontbijt klaar en veranderde de serene stille sfeer van de vroege ochtend in een gezellig geroezemoes.
Sinds ik uit huis ben -alweer een kwart eeuw dit jaar- heb ik het ritueel van dauwvaren of dauwtrappen nooit meer opgepakt. Waarom eigenlijk niet, het was toch altijd een bijzondere belevenis? Nu ik er zo bij stil sta, besef ik me dat deze dag bij mij altijd een beetje het onderspit delft tussen Pasen en Pinksteren. Daarbij valt de dag altijd op een donderdag (10 dagen voor Pinksteren), op een doordeweekse dag, wat het wekelijkse ritme onderbreekt. Daardoor ervaar ik de dag als een welkome adempauze en aangezien ik ook niet een echt ochtendmens ben, is de drang van binnenuit om op een vrije dag vrijwillig op een nog bijna nachtelijk uur mijn warme nestje te verlaten, minimaal.
En als ik dan nog het idee had dat het echt heel belangrijk zou zijn voor mijn eigen ontwikkeling, of die van mijn kinderen, dan zou het wellicht nog wat kunnen worden. Ik ken het heerlijke gevoel van het wakker zijn en door het dorp of de natuur te lopen, terwijl verder iedereen, behalve de vogeltjes, nog slaapt. Maar als ik eerlijk ben, kan dat op elke willekeurige dag ervaren worden. De verbinding met een oeroud Hemelvaart-dauwtrapritueel heb ik heel duidelijk dus nooit gevoeld.
Waarom voelde ik me dan vanmorgen toch een klein beetje schuldig, toen ik om half negen het ontbijt stond klaar te maken? Kennelijk zit het vroegere patroon nog ergens in mijn systeem en heb ik er nog niet bewust mijn eigen draai aan gegeven. Misschien komt dat wel omdat ik als kind, toch moeite had met het beeld van een opstijgende man op een wolk. Dat beeld heeft me misschien tegengehouden me er mee te verbinden, ondanks dat ik inmiddels besef dat dergelijke beelden niet letterlijk geïnterpreteerd moeten worden. Ik merk nu dat het me juist uitdaagt om er zo ver in door te dringen dat ik er wel wat mee kan. En dat blijkt nog een hele uitdaging! Ondanks de vele informatie die via Google te vinden is, ben ik er nog niet in geslaagd een interpretatie te vinden, die helemaal 'klikt'. Maar vinden zal ik hem. Dat wordt een beproeving voor mijn ongeduld...
woensdag 8 mei 2013
Verwondering
Mijn eigen koning worden IX.
Als ik uit het raam kijk en naar de wolken kijk, besef ik me opeens weer dat dit een uniek plaatje is; zoals het luchttafereel nu gerangschikt is, zal het nooit meer zijn. Een halve minuut later zie ik het bewijs, het wolkenpatroon is alweer veranderd. Boeiend, ik kon er vroeger als kind, op mijn rug liggend in het gras, geen genoeg van krijgen. Hele verhalen speelden zich af boven mijn hoofd.
Vandaag voelde ik ook blije verwondering dat het de bergkorenbloemen weer gelukt is dit jaar: de eerste bloem was weer te zien, en zo te zien volgen er de komende dagen meer. Deze maand is sowieso topdrukte qua primeurs in onze tuin; het liefst loop ik elke dag even een rondje om alle nieuwkomers te verwelkomen. Wat een andere dynamiek dan een paar maanden geleden, toen de tuin zich nog teruggetrokken had in een bijna meditatief aanvoelende stilte. Het was zo lang koud dit jaar, dat ik me zorgen begon te maken over het aantal planten dat het niet zou redden. Ik ben namelijk niet het type dat met plastic zakken kwetsbare types gaat beschermen. Te koud, dood? Pech, dan is deze tuin plus tuiniers niet geschikt. Maar alle planten hebben het overleefd deze winter, zelfs de fragiel ogende hortensia's die ik vorig seizoen had geplant. Wat een groeikracht!
Over alle wonderen die zich op dit moment in de natuur afspelen, zou ik pagina's vol kunnen schrijven; dat is niet zo moeilijk, omdat het zo enorm zichtbaar is. Lastiger wordt het om hetzelfde te doen in de winter... Maar het grootste wonder zit eigenlijk verborgen in het cyclische proces. Elk jaargetijde met z'n specifieke veranderingen in de natuur, wordt weer opgevolgd door een jaargetijde met een geheel ander karakter, jaar in, jaar uit, als een grote ademhaling. Het nieuwe zichtbare leven elke lente, kan alleen maar ontstaan door het afsterven in de herfst er aan voorafgaand. De natuur doet het ons voor: om te vernieuwen, moet je loslaten. Lijkt een paradox, wonderbaarlijk.
En als ik dit aan het schrijven ben, komt één van de katten mauwend aandacht trekken buiten. Er ligt iets op het terras en als ik beter kijk zie ik tot mijn schrik en afschuw een prachtig gevormd piepjong vogelembryo, net uit het ei, met nog maar net een paar donsplukjes zichtbaar op het ruggetje en kopje, de grote ogen nog dicht, de aders duidelijk zichtbaar onder de transparante huid, mooie fijne pootjes met piepkleine nageltjes, kleine vleugeltjes met de ritmische aanzet voor de vleugelveren, een echt snaveltje al....uit het nest geroofd door onze jager. Gevoelens van boosheid en verwondering dringen om mijn aandacht. Instinct, ook de natuur, ook iets om je over te verwonderen, al is het in dit geval minder idyllisch dan de tere bloemknoppen die zich vrijwel zorgeloos kunnen uitvouwen tot de prachtigste kleurcomposities. Totdat morgen zoonlief weer in de tuin komt spelen met zijn bal...
Abonneren op:
Posts (Atom)